Ode aan de dood

Ode aan de dood

maandag 24 mei 2010

Schets van de liefde #2

Er loopt een meisje door de straat. Ze zweeft, ze is gelukkig. Ze straalt, ze is gelukkig. Ze glijdt over de straatstenen met een onvergetelijke lach op haar gezicht. Haar ogen schitteren met het geluk van een verliefde ster. Ze dwaalt van straatlantaarn tot straatlantaarn, met een melodie in haar hart. Ze kijkt op naar de sterren en op naar de maan. Ze glimlacht en lacht het duister weg. Ze stopt leunt tegen een lindeboom en lacht. Een zuivere, lieve lach. Ze lacht de wereld weg en al de miserie erbij.

Er zweeft een meisje door de straat. Ze springt in het rond en klampt iedereen vast. Ze roept dat ze van hem houdt. Ze roept dat ze hem graag ziet en dat zij dat altijd zal doen. Ze schreeuwt het uit, want de maan straalt weer op haar gezicht. De sterren schitteren en de wereld is weer mooi. Ze huilt van geluk, uit liefde en onverklaarbare waanzin. Ze is verliefd.

Ze ziet er geweldig uit in het licht van een straatlantaarn. De regen danst om haar heen en de wereld draait maar door. Ze voelt het niet. Ze is gelukkig. Ze danst in de plassen en draait rond in de nacht. Ze zweeft, danst, springt en is gelukkig. De zon schijnt in haar hart en de maan schijnt op haar borst.
De tranen lopen van haar wangen en in de regen van de liefdevolle nacht. Ze is gelukkig, want ze denkt aan mij.

Schets van de liefde #1

We had loved each other for over 5 years. I knew your smile and you knew my tears.
I had kissed your lips and you had hold me in your arms. I had taken you home and you had showed me your charms. But time started to eat away the magic. You started to notice all my little flaws. The way I leave the toilet seat up. The way I clean up the house and actually succeed in making it even dirtier. But I still saw the sparkle in your eyes, the little glint, the fire, the love for a sentimental sap. So I carried on with acting out my childhood dreams, with you cleaning up after me. But months went by and your eyes died out. You didn’t look at me with a feeling of love and a feeling of motherly affection. You started to get annoyed by all the things I did wrong.

And now we’re here. You’ve introduced him to me, told me his name, said you’re sorry and told me you love him. So now, all that’s left me is a shot glass, a broken dream and a whole lot of memories.
I’ve taken you apart to talk to you, to tell you all the things you still need to know. I took you apart to tell you I love you and I’ll probably always will. You don’t want me to be sad, but you know that will have to happen. So just be quiet and listen to me, before you take off. I do appreciate the things you do for me. I’m safe in your arms and happy with your kiss. I’ve drowned time and time again in your eyes and your smile.

But I’m too late. I should have grown up sooner. Should have opened my eyes to see yours close in shame. So all I’ll sat now is… Love. Love him like you used to love me, but make sure it stays that way forever. Be happy. Promise me you’ll do everything you can to be that way. Care! Care for him, for you and for your future! I wish you love, happiness, affection and the sparkle to come back into your eyes. I see it when you look at him and that’s my cue. My time to go. I’ll drink and cry over losing you. But just as time eats away love, it will eat away the pain. So rest your head on his shoulders and look him in the eyes. Be happy, try to be, because I love you.

Eindtaak Godsdienst

Brieven aan Miriam – Lutgard Van Heuckelom
Ode aan de dood – Dries Magits

“Life is incredibly sad and insanely beautiful.” – Dries Magits

Brieven aan Miriam vertelt het verhaal van Miriam, een meisje met kanker, en hoe haar moeder haar lijden, haar revalidatie, haar herval en haar dood beleefde. Het wordt verteld aan de hand van de brieven van de moeder en enkele dagboekuittreksels van Miriam zelf.

In 2004 werd er bij mijn broer leukemie vastgesteld. Ook hij onderging een lijdensweg met chemo en transplantaties, herstelde dan, herviel na enkele maanden en stierf uiteindelijk op de afdeling Hematologie van het UZA op 20 ferbruari 2008.

De eerlijkste en meest oneervolle reden waarom ik dit boek heb gekozen is dat het een dun boek is. Een andere reden dat ik voor dit boek gekozen heb, is dat het geen spiritueel boek is. Ik sta niet kleinerend tegenover spiritualiteit, maar ik kan er mij erg aan storen. Mijn familie is heel werelds. Enkel mijn moeder is bezig met een soort hogere en affectievere kracht en zelfs dat in beperkte mate. Ik vind het prachtig dat anderen daar hun heil in kunnen vinden, maar ikzelf haal mijn kracht uit zaken die niet boven, naast of buiten de wereld lijken te staan. Wanneer anderen mij met hun visie van spiritualiteit confronteren, krijg ik al snel de indruk dat ze mij willen overtuigen hun visie over te nemen. Ik weet dat dit in de meeste gevallen niet zo zal zijn, maar zo komt het in de eerste plaats bij mij over. Waarom dat frustraties bij mij oproept is mee te wijden aan het feit dat die spiritualiteit zorgt voor een mooi beleven van de wereld, iets waar mijn visie lichtelijk tekort schiet. Het is dus eerder een vorm van jaloezie dan van minachting. Lijden zorgt vaak voor een verlies aan spiritualiteit, wat ook bij mij het geval was. Ik hoopte een gevoel van herkenning te vinden in de beleving van de wereld en hun situatie van of Miriam of haar moeder. Daarom dat ik dit boek heb gekozen. De derde reden en eveneens de reden die het meest bepalend zal zijn voor de rest van mijn taak is dat ik snel de vergelijking met mijn broer zijn lijdensweg en ziekte zag.

Zoals u ondertussen misschien al opgemerkt heeft, ga ik in deze taak proberen automatisch mijn gedachten neer te schrijven, mits enige filters voor slechte grammatica, grof taalgebruik en zinnen die mijn literaire esthetiek niet bevredigen. Deze vorm van nagenoeg filterloos schrijven heeft voor- en nadelen. Eén van de voordelen is het feit dat het een uitstekende manier is om aan bladvulling te doen. Alles moet neergeschreven worden, waardoor de alinea’s nogal langerokken zijn. De tweede reden is dat het een fantastische manier is om nieuwe relaties tussen het boek en het werk te vinden. Wanneer men zijn gedachten laat vloeien zullen er automatisch nieuwe inzichten ontstaan. Een nadeel van dit filterloos schrijven is dat het zorgt voor een warrige structuur, bijvoorbeeld dat deze paragraaf hier staat en niet in het begin. Een ander nadeel is dat het kan geïnterpreteerd worden als een manier om gewoon wat te lullen en mij niet te richten op het eigenlijke doel van deze taak. Ik kan u zeggen dat dit niet zo is en dat dit een meerwaarde kan geven aan mijn taak, maar hoe dan ook zal het afhangen van uw interpretatie van mijn taak.


Het boek van Van Heuckelom draait om het lijden van Miriam, maar ook over lijden in het algemeen. Het leven van een mens wordt getekend door geluk en verslagenheid. Het is de ultieme wisselwerking in de beleving van het leven. Hoe groter het geluk, des te harder men valt. En hoe harder men heeft geleden, hoe zoeter nieuw gevonden geluk wordt. Dat hoort bij de basis van het leven. Het is wanneer deze twee samenkomen dat we een diepere belevenis aan het leven kunnen geven. Wanneer we ons lijden kunnen aanvaarden en misschien zelfs een positief aspect kunnen toekennen, dan zullen we groeien uit dat lijden en zo een sterkere positie kunnen aannemen in de rest van ons leven. Lijden is een essentieel onderdeel voor persoonlijke groei. Ik vlucht dan ook nooit weg van lijden, maar laat het komen, onderzoek mijn eigen reactie erop en zie hoe het mij verandert, hoewel dit allemaal op een erg emotionele manier gebeurt. Maar wat als het lijden het laatste lijden is? Wat als we niet meer kunnen genieten van de groei die we ondergaan? De dood heeft veel gezichten en nog belangrijker veel interpretaties. Het is een jammerlijk iets, een verlossing, een straf, een gerechtvaardigde iets. De dood heeft duizend en één betekenissen, maar op zich is het neutraal. De dood is het einde van het leven. Een stilvallen van het lichaam. Of het daarna nog doorgaat in een ander leven, dat is geen onderdeel van de dood, maar van een spiritueel iets waar ik niet over ga uitweiden. Maar als we het lijden en de dood accepteren, halen we dan nog iets uit de groei die daar uit voortvloeit? Ja, simpelweg omdat in de korte periode die daarna nog rest een periode kan zijn van intense groei en van ‘vervolmaking’ van zijn eigen leven. Hij kan sommige zaken die hem nog resten, zoals familiale, amicale en amoureuze relaties, op een manier afsluiten die hij passend vindt. Wanneer die acceptatie er niet komt, kan er een verbittering opkomen die ervoor zorgt dat het leven dat men leidt niet wordt afgerond, of toch niet op een manier die zorgt voor een emotionele en innerlijke rust. En het is dan dat de dood zorgt voor een haast onoverkombaar verdriet. Wanneer we blijven zitten met een onstopbaar gevoel van tekortkoming. We zijn iemand kwijtgeraakt maar niet op een manier die enige vorm van soelaas kan bieden. Er ontstaan twee soorten gemis, het gemis van de persoon en het gemis van een degelijke afsluiting.

Mijn broer heeft ongelooflijk veel werken gemaakt, maar van heel weinig daarvan weten we wat zijn achterliggende gedachten waren. Zijn werken tonen vaak een fysieke handicap en het emotionele lijden dat daaruit voortvloeit. Mijn broer heeft een zekere fascinatie opgedaan voor dingen waar anderen liever van wegvluchten. De connotatie van pervers en ziek komt nogal snel op wanneer we fascinatie voor iets slechts gebruiken. Maar bij mijn broer was er alles behalve een pervers aspect. Hij heeft altijd met volste respect het lijden van deze mensen in zich op genomen. Hij zag de menselijkheid in het verdriet en in de tragedie die deze mensen doormaakten en putte daar een schoonheid die voor anderen niet zichtbaar is, omdat we ons focussen op de aandoening en niet op de persoon zelf. Bij mijn broer lag de klemtoon op de persoon en zijn persoonlijke groei en niet op de oorzaak van het lijden. Mijn broer besefte zelf ook hoe mensen zijn interesse als pervers en ziekelijk zouden zien. “It’s a thin line to walk...” Door zijn visie op lijden te veranderen, heeft hij ook zijn beleving van de wereld veranderd. Hij heeft schoonheid en een vorm van geluk gevonden in iets waar anderen voor vluchten. Op die manier heeft hij zijn lijden en dat van anderen naar zijn hand gezet.

Miriam heeft haar dood al vrij snel geaccepteerd. Ze heeft jaren gevochten voor haar leven terug op gang te zetten, maar wanneer ze uiteindelijk hervalt en zelfs terminaal is, kan ze niet anders dan de last van het herstellen van zich af te werpen en haar lot te accepteren. Dat was haar laatste groei. Ze zag in hoe haar leven zo zou eindigen. Ze nam afscheid van haar familie en haar vrienden en nog belangrijker van zichzelf. Ze heeft ingezien dat haar strijd gestreden is en dat ze enkele maanden van geluk heeft gewonnen maar dat het daar ophoudt. Ze heeft haar lijden een plaats gegeven en heeft zo rust gecreëerd voor zichzelf en voor de mensen die haar bijstaan. Ze heeft in een zekere zin haar lijden overstegen.

Ode aan de dood is voor velen van mijn familie zijn meesterwerk. Het toont het dode lichaam van iemand omgeven met een grijze vlakte. Het is een simpel werk met niet veel bijkomende versieringen. Het toont de rust maar ook het solitaire van de dood. Ondanks het feit dat de dood een onlosmakelijk gevolg is van het leven (buiten voor een bepaalde kwalsoort, maar daar ga ik niet over uitweiden) en dus iedereen hiermee geconfronteerd zal worden door de dood van een naaste of door zijn eigen overlijden, het verwerken van de gevoelens waarmee men geconfronteerd wordt gebeurt steeds door één persoon. In het leven staan we altijd alleen als het op emoties aankomt. We kunnen geluk delen maar hoe dit geluk wordt ingevuld hangt van persoon tot persoon af. De één is gelukkig omdat hij plezier heeft, de ander omdat ze samen plezier hebben en nog een ander is gelukkig omdat de ander het goed hebben. We kunnen samen gelukkig zijn, maar dat geluk is nooit hetzelfde.

Als we zelfs in geluk alleen staan, dan is de eenzaamheid van het lijden des te groter. Anderen kunnen troost bieden, maar die troost is slechts de katalysator voor het verwerkingspcroces. We voelen het lijden van de andere niet. We voelen dat hij droevig is, maar de essentie en de kern van het lijden weten we niet. We vergelijken altijd met lijden dat we zelf hebben meegemaakt. Zelfs als we niet op de moment lijden, zullen we alleen staan om anderen te helpen.
Die eenzaamheid komt duidelijk naar voren in het werk van mijn broer. De zwarte en grijze tinten tonen geen leven en geven een zekere hardheid weer. De eerste indruk die ik heb bij dit werk is een mengeling van angst en acceptatie. Mijn broer toont de dood niet als iets vrolijk of iets dat verheerlijkt moet worden. De zwarte vlekken die de vormen van het lichaam weergeven laten de angst en het droevige aspect zien van hoe hij de dood ziet. Naast hardheid, geven de grijze tinten ook een neutraliteit weer. Het is die neutraliteit waar de hardheid uit voortvloeit. Het feit dat het leven op zich geen duidelijke waarde kent, maar dat die compleet wordt bepaald door de beleving ervan, maakt het moeilijk voor ons te accepteren. Wanneer we de dood bekijken vanuit het standpunt van de natuur is de dood slechts een schakel, net als wijzelf.

Ik denk dat Miriam die neutraliteit heeft geaccepteerd en op die manier de dood zelf. Het zou dan zijn omdat ze zichzelf zag als slechts een schakel, dat ze zich kon wenden naar haar familie en vrienden en zich kon focussen op hun geluk en te proberen hen te steunen ondanks het feit dat zij degene was die binnenkort zou sterven. Ze heeft haar leven beoordeeld op een andere manier, een meer altruïstische manier. Ze heeft haar leven en haar laatste dagen beleeft op een manier die misschien wel het dichtste bij zuivere zelfopoffering komt. In plaats van haar eigen lijden voorop te stellen, heeft ze zich over haar terminale ziekte heen gezet en dat van haar naasten voorop geplaatst.

Die zelfopoffering doet mij aan mijn broer denken. Toen we op onze eerste echte gezinsvakantie waren sinds de diagnose lag ik samen met mijn broer in één ruimte in de caravan. We hadden nog niet zolang geleden het nieuws gekregen dat slechts één van zijn twee leukemiesoorten was genezen door de chemobehandeling die hij had ondergaan. We lagen allebei in ons bed en we praatte over hoe we de laatste jaren hadden meegemaakt. Op een gegeven moment zei hij dat hij het ongelooflijk moeilijk heeft gehad, maar dat hij altijd blij was dat hij het was die daar lag en dat hij steeds wat rust kreeg wanneer hij ons naar buiten zag wandelen.
Eén van de voordelen van het kiezen voor een werk van mijn broer is dat ik ook iets meer kan vertellen over hoe het werk gemaakt werd. Het lichaam dat je op de tekening ziet heet als ik mij niet vergis Gustav. Het was een lichaam gemaakt van isolatieschuim op een frame van ijzerdraad. Doorheen de maanden dat Gustav in ons huis aanwezig was, vond je hem regelmatig in de garage. Mijn broer schilderde op Gustav en sloeg er soms eens een paar spijkers in. Het was best een bizar beeld om te zien en soms erg hard verschieten wanneer je ’s avonds naar beneden ging om drinken te halen.

Je zou kunnen zeggen dat Gustav ook leed. Hij was het voorwerp waar mijn broer zijn inspiratie op botvierde. Net zoals de wereld de mens gebruikt als speeltuig. Maar die vergelijking klopt niet echt voor mij, aangezien ik niet in het lot of een bewuste macht geloof en er ook in de natuur geen scheiding tussen goed en kwaad is. Maar ik dwaal af. Gustav was een manier voor mijn broer om zich te uiten en waarschijnlijk ook wel af te reageren. Maar het belangrijkste is dat uit dat ‘lijden’ van Gustav iets is ontstaan dat zijn ‘lijden’ overstijgt. Er is een kunstwerk uit voortgevloeit dat plaats in deze wereld overstijgt. Net zoals dat het lijden van mijn broer heeft geleid tot een immense collectie aan tekeningen, schilderwerken, etsen, etc. die zijn plaats als schakel overstijgen en een grotere waarde hebben dan de beleving van het leven op zich omdat zij een zekere tijdloosheid hebben, die lijkt op die van herinneringen aan een overledene, maar die langer meegaat en zijn werk ook de kans geeft meer mensen te roeren dan dat de herinneringen ooit zouden kunnen. Ik wil hier niet het leven van iemand als iets kleins bestempelen, maar iets dat lijden overstijgt, overstijgt ook automatisch een essentieel onderdeel van het leven.
Ook het lijden van Miriam en van haar moeder werd uiteindelijk iets dat hun lijden overstijgt. Het boek ‘Brieven aan Miriam’ zal meer mensen helpen dan dat Miriam en haar moeder ooit zouden gekund hebben. Het feit dat zij hun verhaal verkondigen zorgt ervoor dat zij een meerwaarde geven aan hun lijdensweg. De menselijkheid, de emotie en de tragedie die in het boek voorkomen zorgen ervoor dat het boven het verhaal zelf staat. Het is niet meer de lijdensweg van één of twee personen, maar het gaat om een universeel gegeven dat iedereen meemaakt, ieders op zijn eigen manier weliswaar.
‘Ode aan de dood’ is een acceptatie van de dood. We vluchten er niet meer van, maar zien ze in het oog, bekijken ze, onderzoeken ze en besluiten dat ze erbij hoort. Het betekent een einde van veel dingen, maar wat we veel vergeten is dat het ook het einde betekent van veel negatieve dingen. Mijn broer heeft heel veel tegenslag gehad tijdens zijn behandeling en met momenten ook onnoemelijk veel geluk. Maar toen hij na zijn bloedtransplantatie overleed aan de kanker die ook die behandeling overleefde, kwam er een eind aan al die problemen. Het hield daar op en zou nooit meer terugkomen. Mijn broer was niet bang voor de dood. Hij was bang voor de kanker en wou niet weten of hij terug zou hervallen. Hij is overleden met het idee dat het kwam door zijn leverfalen, wat was opgekomen doordat zijn lichaam het nieuwe bloed afstootte. Het is die dood dat hij heeft geaccepteerd, niet de kanker.

Miriam heeft wel de terminale gevolgen van haar kanker geaccepteerd. Ze wist dat het door de kanker kwam dat ze zou overlijden. Ze heeft die doodsoorzaak in acht genoemen, bekeken, onderzocht en geaccepteerd. Ze heeft geen plaats opgeëist die haar niet gegeven was. Haar tijd was gekomen en dat heeft die ook met rust tegemoet getreden. Ook ‘Brieven aan Miriam’ is een acceptatie van dat lot. Haar moeder heeft haar kunnen laten gaan, met ongelooflijk veel leed, maar ze heeft haar niet krampachtig proberen vasthouden.Ze heeft zowat alles meegemaakt van de behandeling en het herval, ook al was dat dan niet dezelfde beleving als Miriam had. Ze wist dat het niet meer lang zou zijn en heeft haar dochter kunnen laten gaan, mede door Miriam in rust haar noodlot te ondergaan.

Maakt dat Miriam sterker dan mijn broer? Alles behalve. Hoewel hun situaties sterk te vergelijken vallen, is er één essentieel deel dat anders is, namelijk diegene die de situatie ondergaat. Mijn broer heeft een erg moeilijke jeugd gehad en heeft van daaruit bepaalde visies op de wereld opgedaan en is ook gevoelig geworden voor bepaalde zaken. Ook de gezinssituatie was anders bij Miriam dan bij mijn broer en zelfs enkele gebeurtenissen tijdens de behandeling waren bepalend voor mijn broer zijn visie over zijn ziekte. Ik weet echt niet veel van Miriam maar als ik van het boek uitga, dan was zij een erg andere persoonlijkheid dan mijn broer. Zij was actiever en meer lichamelijk ingesteld, terwijl mijn broer een meer observerend type was. Mijn broer heeft, net als ik, ook een sterke voorliefde voor en neiging tot melancholie, wat erg naar voren komt in onze liefde voor Tom Waits. Miriam stond vrolijker in het leven en was op bepaalde gebieden krachtdadiger dan mijn broer, terwijl mijn broer hoogstwaarschijnlijk wel doordachter zal zijn over bepaalde zaken dan Miriam. Ze zijn twee verschillende personen met twee verschillende werelden en ondanks dat zij heel gelijkaardig lijden hebben meegemaakt, zijn ze niet met elkaar te vergelijken, aangezien lijden –zoals ik hier al heb kapotvermeld- iets unieks is.
Het klinkt misschien erg onprofessioneel, maar ik ben er bijna door. Deze taak heeft op zich niet veel tijd gevergd, maar toch ben ik uitgeput. Niet omdat het veel nadenken was, maar waarover ik moest nadenken. Ik ben emotioneel kapotgegaan bij zowel het lezen van het boek als het neertypen van deze taak. Ik heb leren leven met het overlijden van mijn broer. Maar een mens kan met veel leren leven. Hij kan leren leven met geluk, met plezier, met alleen te zijn en met pijn. Ergens mee leren leven betekent dat je het een plaats hebt kunnen geven. En dat heb ik ook gedaan met het sterven van mijn broer. Hij is weg en dat voorgoed. Dat snap ik en daar vecht ik dan ook niet tegen. Maar er is een verschil tussen ergens mee leren leven en ergens niet van aangedaan zijn. De lijdensweg van mijn broer is ook voor mij een traumatische gebeurtenis geweest. Iets dat mij door een groot deel van mijn puberteit heeft gekatapulteerd. Het is dan ook niet meer dan normaal dat ik nog steeds momenten heb dat ik het gewoon even allemaal beu ben en even kapot ga. Het probleem bij deze taak was dat het maken ervan één groot moment was van melancholie en nostalgie. Maar ik heb wel nieuwe dingen geleerd over mijn broer en heb ook een dieper respect gekregen voor mijn moeder die net zoals de moeder van Miriam haar kind doorheen heel de behandeling heeft gesteund.

Ik weet niet wat deze taak concreet moest inhouden. Ik heb mijn gedachten hier de vrije loop laten gaan en heb neergetypt wat er in mij opkwam. Ik hoop dat dit is wat u verwachtte. Zo niet, heb ik iets geleerd over mezelf en over mijn plaats in deze wereld. Zo wel, dan heb ik iets geleerd en ook nog eens eductatief goed werk geleverd. Is het meer dan wat u verwachtte, dan kan ik alleen maar blij zijn daarmee. Wat het ook wordt, dit is een erg bepalende taak geweest voor mij en mijn houding tegenover mijn broer en mijn moeder.

“Art is temporary as it is eternal, so is life. Art is when a little girl drops her bowl of ice and doesn’t get a new one. Art is life and life is science.”
Dries Magits

Ademwolkjes

Er komen kleine wolkjes uit de uitlaten van rondrijdende auto's. Ja, het is weer zo ver. Het is koud genoeg om je adem te zien. Koud genoeg om over de speelplaats van de basisschool te wandelen en een luchtsigaretje te roken. (Ja, mama's en papa's. We hebben jullie wel stiekem zien roken in de tuin, onder de dampkap of op het balkon.) En deze keer kunnen ze er geen verbod op zetten. Of om treintje te spelen (visuele special effects inclusief).

Toen ik uit het examenlokaal stapte, gelukkig omdat het de laatste keer in 2009 zou zijn, slaakte ik een diepe zucht. Het is gedaan. Ik zag de waterdamp in de lucht ronddraaien en opvliegen. Ik sloeg m'n handen in elkaar en glimlachte. Het doffe geluid van m'n handschoenen en de winterlijke ademwolkjes doen me denken aan die tijd. Die tijd dat alles nog zo simpel was. Leren hoefde niet en de lessen bestonden uit glitters op papier plakken. Ik mis m'n oude vrienden wel maar moet toegeven dat ik ze vergeten ben of kwijtgeraakt.

Een vriendin van me zei ooit eens waarom ze de winter zo leuk vond. Ze vindt de dikke winterkledij en rode neusjes zo schattig. Nu we bijna in het hartje van dit koude seizoen zijn terecht gekomen, de bomen kaal zijn en een dikke laag sneeuw missen om hun te bedekken; de mensen sjaals, mutsen, wanten en handschoenen dragen, moet ik toegeven: het is inderdaad een schattig zicht.

Kerstmis in Wilrijk

Ik ben dit weekend gaan helpen bij een paar vrienden. Ze gingen verhuizen, dus ik dacht: "Ik steek een handje toe, want gedrag is toch niet zoveel." Na de enkele uren dat ik heb meegeholpen ging ik naar huis. Toen ik langs de Heistraat op de Bist aankwam was het al donker. Ze waren de kerstmarkt aan het opstellen. Dit jaar moest de markt wel een tiental meter opschuiven want de Bist wordt verbouwd/heraangelegd. Wel stond de Kersboom weer op z'n plaats. Zoals elk jaar heeft hij hier en daar een kale plek, maar hij is groot en groen. Maar dat is niet zo belangrijk voor ons kleine dorpje. Het draait immers niet om hoe groot onze kerstboom is (die toch al over de tien meter zit), maar om de sfeer met de vele kraampjes van menige jeugdbeweging en vereniging. Ook het podium dat net als altijd weer schuilt achter een groen-rood gestreept scherm staat boven boomnijd.

Oude herinneringen kwamen weer boven wanneer ik de witte kraampjes zag staan. Pannenkoeken van de chiro en Jenevers van de Scouts.
Maar het viel me langzaam op hoe vreemd het was om die boom daar te zien, in het midden van dat slagveld. Een grote groene berg met lichtjes eraan, naast bergen stof en lege containers. Er hangen valse sneeuwvlokken in de boom en aan de straatlantaarns rond de werf hangen kleine slingers. De sneeuw dit jaar is vervangen door een overal aanwezige laag van stof tot aan de KBC toe.

Ik ging verder en dacht terug aan die vrienden. Ze hebben niet veel, maar ze zijn gelukkig. Ze hebben een luidruchtig keffertje en een bange kater. Dat zijn hun belangrijkste bezittingen. Voor de rest zijn het vooral prulletjes die enkel waarde hebben voor diegene die het gekocht hebben. En nu verhuizen ze. Heel hun bestaan zal bestaan uit kartonnen dozen, dichtgetaped met bruine tape, en uit grote zakken. Ik denk aan hun kerstmis. Ze gaan geen grote familiefeesten of grote diners. Familie hebben ze niet echt meer en de meeste vrienden zijn hen vergeten. Tegen dat ik voor mijn huis sta, denk ik terug aan de kerstmissen die ik heb gehad. Veel cadeaus en chique tafelbekleding.

Kerstmis is geplant op een oud Keltisch feest om het einde van de winter aan te duiden. De Kerk heeft er de geboorte van Christus opgeplakt. Nu is het voor velen een commercieel feestje. De meeste kinderen hopen op grote cadeautjes, de meeste ouders pronken met hun eten en servies. Vooral ouderen geloven nog in de christelijke waarde. Coca Cola heeft gigantische trucks die door het land reizen en de wereld zit vol met kerstmusicals. Die vrienden vieren hopelijk Kerstmis wel om de gezelligheid. Desnoods zelfs in het ziekenhuis wanneer weer één van hen in het ziekenhuis wordt opgenomen.

Maar ik ga niet zeggen dat we allemaal hebzuchtige monsters zijn. We vieren natuurlijk ook nog allemaal samen dit feest. Samenhorigheid is nog belangrijk en gezelligheid bepaalt nog grotendeels ons geluk tijdens deze periode. Probeer dan ook het zo gezellig mogelijk te maken. Dat kan overal. Zeg dag tegen de vreemde op de straat (en de straatveger in de Abdijstraat die ook altijd dag zegt tegen iedereen die hem voorbijwandelt 's morgens vroeg). Want ze raken meer en meer afgezonderd van omstaanders. We zijn deel van ons gezin en onze vriendengroep, maar verder dan dat reiken onze contacten niet. Wees niet bang om naast iemand op de bus te gaan zitten en kijk mensen niet raar aan als ze eens een babbeltje willen slaan. Deze grote wereld is van iedereen, deel hem dan ook. En deel ook je liefde. Want er zijn meer mensen die je liefde verdienen dan je denkt.

Zalige Kerst en Gelukkig Nieuwjaar!

Kunnen gerbils eigenlijk dromen?

Een paar gerbils liggen boven ons rustig te slapen, of dat proberen ze toch. Degene die we Lincoln hebben genoemd heeft zich bovenop Dolly gelegd. Het lijkt wel of hij (want ja, we hebben ze zelfs een geslacht naar keuze gegeven) haar beschermt. Ze hebben een hele avond in de spotlight gestaan, letterlijk. Hun glazen terrarium was echt een klein woestenijtje.

Nu het 1 u ’s nachts is en de droomavond ten einde loopt, kan ik niet anders dan mezelf even kwijt te raken in mijmeringen die van onbekende oorden van mezelf komen. Ik zit aan de tafel waar nog even geleden onze kleine vriendjes stonden. Over me zit een oververmoeide Gert-Jan, die langzaamaan de oerbron van al z’n gedachten niet meer kan indijken. Het onderbewuste is groot, heel groot. We kunnen er compleet in verdwaald raken en misschien zelfs nooit meer terugkomen. Dromen zijn de foto’s die we toegestuurd krijgen van onze oude ik in dat verre vakantieoord. Lincoln-6-Bravo (zijn volledige naam) waakt over de lieve Dolly, maar ook hij zal uiteindelijk toegeven aan de roep van Morphus. Zijn kleine oogjes zullen dichtvallen en zijn waakzaamheid zal verglijden. Hij gaat van de woestenij van zijn kleine glazen terrarium naar de woestenij van zijn oneindig grote, mistige onderbewuste. Dat hebben wij ook geprobeerd. Om even verder te denken en dichter bij onszelf te komen. Het bizarre is dat ons onderbewuste meer bovenkomt wanneer we niet deftig kunnen nadenken en onze psyche gewoon niet meer echt de moeite wil doen om ons onderbewuste tegen te houden. Vermoeidheid is de simpelste weg naar die verborgen wereld.

Dus wees moe en wees jezelf.

Er is iets met ’s avonds schrijven. De woorden komen moeilijker, maar zijn puurder dan overdag. De mentale filter van het wakker zijn maakt het schrijven gekunsteld. Als je te moe bent om je impulsen te weigeren, verandert wel degelijk je schrijfstijl. Ben ik nu vervormd? Ja. Ben ik nu niet mezelf? Goede vraag. Voor dat ik daar op kan antwoorden, moeten we die eeuwenoude vraag stellen. Wie ben ik? Kort gezegd: Geen enkel idee. Simpel gezegd: Willem Magits, 18 jaar, man, student Humane Wetenschappen, zoon, broer, stiefbroer, neef, vriend. Maar is dat genoeg? Is dat een beschrijving van mijn persoonlijkheid? Als we mijn definitie van waarheid toepassen moeten we zien of fysische elementen, persoonlijke interpretatie en sociale consensus overeenkomen. Biologisch gezien ben ik een 18-jarige man en zo ziet de wereld me ook, maar verder kan ik me niet uitspreken. Ik weet niet hoe iedereen me ziet en na deze avond ben ik zelf niet meer zeker hoe ik mezelf moet zien. Kennen Lincoln en Dolly zichzelf? Weten zij duidelijk te zeggen wat Dolly Dolly maakt en wat eigen is aan Lincoln? Ons onderbewuste leidt ons en als we het willen begrijpen, raken we enkel verward door onszelf. Dus ik zal het maar laten rusten en zien hoe het me vergaat. Maar alvast bedankt aan de leerkrachten en leerlingen die de droomavond mogelijk hebben gemaakt.

A foreign affair

It was in sweet New Orleans. New Orleans, where fools go to die and be reborn in a new man, only to find that over time he falls back down again. The same old fool, the same old heart. All thanks to Mardi Gras
I went to the night club with an old friend of mine. It was, as always, loud music, young people being drunk and most of all, really not my thing. I dropped my friend off and waited for him to get drunk and pick up girls. I then left him and went outside for a drink. I found a small café and sat down at the bar. I ordered a cup of mint tea and warmed myself. Looking around I saw 3 elderly men and an older woman playing cards, some construction workers smoking cigarettes and drinking through the night, a man sitting in the back reading a book and a waitress bringing around glasses of whiskey, beer and wine. I turned back around and noticed the bartender walking back over to me.

"The name's Frank." he introduced himself. "William." I replied, shaking his hand. "You're not from around here, are you?" he asked with one eyebrow lifted. The wrinkles on his forehead caught my attention. I was wondering how old he was as I answered. "No, I'm not. I'm on vacation with a friend of mine. We flew over from Belgium last night." "Belgium, that's in Europe right?" I nodded conformingly. "Yeah, my wife loves your chocolate. Your capital is Bruges right?" God, I hate it that ignorance. Make one movie in a city and that city is automatically and immediately promoted to the capital of its country. "No, it's Brussels.", I replied, obviously agitated. "So where's your friend now?", he asked. "By now, he's probably scoring some chicks in the local club here. I last saw him talking to a leggy blonde at the bar." "Why aren't you with him?" "Those kind of places aren't my thing.", I replied. "I'd rather have a nice and quiet bar in a dark alley than a loud and crowded club." "Amen to that!", Frank replied. "Well, son. Welcome to the city. Welcome to New Orleans." I smirked and laughed at this old bartender as he stood there with his arms high and wide. Frank walked away to help some other costumers. I stared out of the window and wondered about my friend and how he was doing. A few doom scenarios popped into my head, but I quickly discarded them, convincing myself he could take care of himself.

A girl walked in and sat down at the other end of the bar. I checked her out and try to take up every little detail. She had long brown hair that covered her shoulders as an autumn blanket. She was wearing a dark red overcoat and a brown scarf. She was wearing tight black jeans that beautifully brought out her legs and thighs. I caught only a glimpse of her eyes and lips, but even then I could see how intoxicating they were.
I found myself staring at her so I abruptly turned my head, hoping she didn’t notice.
Frank walked over to her and they started chatting. Out of the corner of my eye, I saw them waving from time to time. At a certain point I noticed that Frank was pointing at me and that the girl turned her head to look at me. I acted like I didn’t notice and kept staring into my tea. Frank walks away from the girl and starts to wash some glasses. I was looking out the window when she sat down next to me. I heard a soft, soothing voice behind me. “Hey...” I turned around and saw her beautiful brown eyes. I stopped thinking for a sec as I gazed into them. I slowly answered. “Hey, how are you?” “Fine. And You?” “I’m doing okay. So what’s your name, might I ask?” “The name’s Alice.”, she replied. “Alice Waits. And yours?” “William.” I said, while offering my hand. “William Magits.” She was surprised at first, but then shook my hand. I felt her soft skin and looked at her slim fingers. Slender but not bony. It was the hand of a girl that takes pride in her appearance, but isn’t arrogant or posh. Everything about her gave me this impression. She cared for her clothes and body, things I often forget I must admit. “So where are you from, William?” “Belgium. I’m on vacation with an old friend of mine. We’ve just graduated from high school so we decided to come to New Orleans to see where Jazz was made.” “Well, welcome I guess.” “Thanks” “Belgium...Belgium...isn’t the Belgian capital Antwerp?”

We had seated ourselves at a table in the back next to a window and talked all night. She told me about all her favourite spots in New Orleans. The street behind the church, the little café at the end of the main street and her hide-away on top of the old movie theatre. She talked about her little brother who was trying to do everything she did. About her singing career and her gigs in several bars in New Orleans. As time went by we had switched from mint tea and hot chocolate milk to wine and whiskey. We discussed all the topics that come to mind with small talk. The weather, school, health, politics and family. And evidently we ended up at the topic everyone wants to discuss. Love. She told me about her last relationship and how that ended because her boyfriend winded up in bed with another girl. He broke her heart, but accepted that he had fallen in love with this other girl.

“It was a Saturday night. I came home from going out with some friends and when I entered the bedroom I saw him on top of this blonde haired girl. I stormed out the door and just started walking beneath the street lights. I cried the whole time, not caring about what others were thinking. I eventually ended up in a bar, where I started drinking. It was almost closing time when the bartender walked over to me and asked what was wrong. I told him the whole story, from how I met him to what had happened. He didn’t say a word during. He just listened. He stayed with me until the morning light came through the windows. He didn’t force me to talk. He let me decide what I said and what I didn’t. And in the end, I felt relieved. The weight on my heart had been lifted and I could think freely again.” “That must have been some bartender.” “He was. And he still is.” “You really should take me to that bar. I’d love to meet that guy.” “You already did. Frank was the one that helped me through that night. He made sure I saw that morning light. Ever since that night, he has tried to help me find someone who’ll treat me right and won’t ditch me for any other girl. And that’s why he told me to come and talk to you.” “Me?” “Yes, you. He told me that you’re a calm and mellow guy and that I should certainly come talk to you and welcome you. And I’m definitely not sorry about doing so.”
I looked at Frank and silently thanked him. We decided to leave. I proposed to walk her home, seeing a city at night isn’t the place to be for a girl like her. She said yes and so we were on our way. We strolled down some streets and talked about the vacations we had had. She told me she always wanted to go to India for several weeks, because of its diversity. We eventually ended up at her doorstep. The porch light sprung on.

“This is it.”, she said, pointing at a house with a large brown door. We walked up a small flight of stairs, ending up right in front of her house. “Thanks for the wonderful evening.” ”You’re welcome.”, I replied with my hands in my pockets. “I’m really glad Frank told me to come and talk to you.” I start to blush and look down. “Mind if I come in for a cup of coffee?”, I asked softly, tilting my to look into her eyes.”Make it a whiskey and we’ve got a deal.” I smirked and looked up. “Alright, a whiskey then.” We both smiled as she led me into her house.

The following hours we talked about our hopes and dreams, eventually falling asleep on the couch in each others’ arms to the sweet melody of “P.S. I love you”. The next couple of days we went sightseeing and every night we went to Frank’s bar. The end seemed years away and yet every night we were overcome with the knowledge that I would be leaving soon and every time there was Frank to pull us through. We spent most of the nights at her place and would meet up with my friend in the afternoon. We went to some clubs together and almost every night my friend scored some other chick. As they went to the hotel, we went to Alice’s.

It was my last night in New Orleans. I hadn’t heard from Alice the whole day. I went to Congo Square with my friend, as a last homage to the birthplace of Jazz. Evening was coming up and the moon slides into place. It seemed that Alice wasn’t coming that day. So I went to see Frank. I sat down and ordered a whiskey. The bar was empty and the streets were dead. My friend had gone back to the hotel room to pack.
I stared down into my glass, drowning in sorrow, before drowning in the liquor itself.
After a while Frank walked up to me and we started talking.

“Well, if it isn’t one of the two love birds. Where is Alice?” I kept staring into my shot glass and answered: “ I don’t know, Frank. I don’t know. I’m leaving tomorrow and I haven’t seen her all day.” Frank looked at me, worrying, and stayed silent. “ We’ve had the most wonderful two weeks of our lives and now she won’t even come say goodbye. Hard or not, you at least come and say goodbye to the one you love.” “She just got her heart broken, son. Maybe she’s afraid meeting you will break it again.”, Frank answered softly. I started to feel like a fool for not thinking of that, but that self-pity quickly turned into anger. “But what about my heart? I’m leaving a lover too. And I don’t even get the chance to bid her farewell. That’s just cruel. I mean how can she do that to me?” Frank started shaking his head and walked away, deciding that I was lost for reason.

I ordered one glass after the other, but because my mind was full of sorrow and remnants of her, the glasses emptied slowly. I only looked up from my yellow mirror to search for Frank or to see Alice come in every time the door opened, which resulted in disappointment every single time. Hours passed, people entered and left. But only Frank and I stayed, like figures from ‘Nighthawks at the diner’. Everyone had left and Frank was putting the chairs onto the tables. I had been talking continuously, reminiscing about all I had discovered in New Orleans, sometimes remembering in pain and sometimes in nostalgia. I was just telling the story of how we went to her place after going to a theater, when the bell of Frank’s bar rang one more time.

I slightly turned my head to see her walk in, wearing her red overcoat. Frank was wondering how this would turn out, as she stood there, completely still, and looked at me. She seated herself next to me, facing me. She wanted to say something, but didn’t know how to start. So I opened for her: “You’ve come to say you’re sorry. To say you shouldn’t have stayed away, but come and spend my last day of New Orleans with me. But the pain and sorrow, that comes with all goodbyes, was too big. And you hope I can forgive you. Well, the problem is: the day has passed, so sorry is too late and I’m leaving in a few hours, so you’ve missed your chance. So why don’t you just say goodbye and walk right back out of here, because I don’t know if I can forgive you.” She just sat there and listened. She didn’t interrupt me or even made a sound. She just waited and listened. And when I was done talking, she looked at me and at the glass in my hand.

“I really have come to ask forgiveness, because I wasn’t there for you. But not because of the reasons you’ve told me. I’ve no problem with saying goodbye. I’ve done it enough to cope with the pain. I couldn’t come because you’re different. You aren’t like any other guy I’ve met. In a way, you gave me back some hope for men. And I couldn’t come, because…saying goodbye to you, would mean saying goodbye to that hope. But I’ve noticed that even if you’d go, the hope won’t die out. And that’s why I’m here. To thank you and say goodbye. Hope you can forgive me.”

It was cold that morning. The cats were running into old buildings for shelter and everyone was wearing a scarf. But we didn’t notice the cold. Alice and I were still sitting at the bar, reminiscing about our time together. Frank didn’t say a word but just came over to refill our drinks when we asked him too. He even put on our song. The sun had come up and New Orleans was throwing off her night gown. Frank eventually came over and told us it was half past 9 and that I should be leaving to catch my plane. Alice and I looked at each other and went off to my last few hours in New Orleans.

We met up with my friend at the hotel and went to the airport. We went to the check-in stand and that's we’re we had to say goodbye. “Goodbye, Arne!” Goodbye, Alice!” Arne checked in and left me and Alice alone for a few minutes. “So I guess this is it huh?”, I said softly. “Yep!”, she replied. We both stayed silent for a few seconds. “I”ll always miss you, you know.” “I know baby and I’ll miss you.” “Alice?” “ Yeah?” “Be happy for me, please. Find someone right for you and do everything you can to be happy together.” She smirked and shook her head. “I’ll try, William. I’ll try” She gave me one last kiss and then I had to check in. I looked back one last time before boarding the plane to Brussels and to somewhere far away from the girl I love.

And now every time I go to a bar, I drink a mug of hot chocolate milk in her honor. And every time I hear Lee Morgan play that song, I look at the door, hoping she will enter and capture my heart all over again. And if anyone asks if I still miss her, I say no. I never show the scar she left me with. Only in my song, my poem and in the middle of the night, I show it. As a sign of my courage and my victory. As a sign I dared to love, knowing it would end very soon.