The immaculate conception of a world within me
Beyond my comprehension and my reason
As it conquers all of my senses
With the force and brutality of a pathological Genghis Khan.
Almost biologically destined, but certainly genetically inclined
To be the black sheep on an ever-changing field
As the cerebral shepherd loses his way and lets the wolves in
More lost and incapable, than fleeing from reality or duty.
The unwanted and unwished Messiah
Son and plaything of the God of hallucination and fear
Begging for salvation from this surreal existence,
But salvation is found when the world stops spinning
And reason lays it to rest.
Hearing the voices of forlorn generations
Though the world outside stays silent
Demands of violence in name of purity and preservation
While the guile becomes resistant to water and soap.
This bizarro Wonderland that has formed itself
In the world my mind has created on its own
It lives unconnected with what is,
And believes in what it fears can be
Constituting the reason to its madness
A self-fulfilling prophecy of misinterpreting paranoia.
But there has been found help
In drug-induced normality
And chemical rationality
Influencing myself,
Changing the inner workings
Of that which determines
My being and my personality
Estranging myself from my body
In an attempt to win back that
Which sets man apart from animal
And the final goal of all that is ethical
The rational of man,
The source of its autonomy,
The victim of a power beyond my control
Though imbedded in my brain.
Freed from fear and nefarious psychedelic imagining
I live a life of ever-temporal sanity, made possible by the unnatural
In control of what I am and what afflicts me,
By affecting it with substances originally unknown
But necessary for a life among the people,
Whose existence is certain, but whose mindset is determined by who is lord of my cranial house, And by medicinal drug use, my mind can accept them as those loved and loving.
San Lorenzo Street is a mixture. A mixture of languages, both in the sense of the descendants of the mother of all languages (still to be found) and of language in the sense of thought and specific means of expression. Poetry, philosophy and everyday meandering are mixed into this new form of archiving, the new public diary. Globalise the economy! Globalise politics! Globalise your life!
Ode aan de dood
woensdag 15 juni 2011
vrijdag 3 juni 2011
Vrijheid, filosofie en drama
Ik heb geen idee wat dit wordt, geen idee wat het onderwerp zal zijn en of het een echte conclusie zal worden. In een zekere zin is dat de visie die ik momenteel heb op mijn toekomst (een idee dat ik al heb ontkracht met een vriendin). Ik heb vandaag geleerd voor Historisch Overzicht. De filosofie van de moderne tijd in een notendop en het opmerken van de zinsvraag die langzaamaan haar legitieme oplossingen en haar publiek kwijtraakt, of toch in de systemen. En nu, nu ik moe ben en mentaal uitgeput. Nu rest er nog net die vragen die ik steeds minder bevredigd tegenkom in mijn cursus. Wat is de zin en wat zal ik met mijn leven doen? Wat zal ik betekenen voor deze godvergeten en god vergeten branche van onze maatschappij?
Het tegenwoordig standaardantwoord op de eerste vraag is: is er niet, heb gewoon plezier. Ik ga eerlijk zijn: dat kan ik niet. Ik kan niet zulke vrijheid aan en ik zie ook niet in hoe zo'n vrijheid kan volgehouden worden. Onze aandacht wordt steeds maar geleid door vrijheid, zoveel mogelijkheid voor zoveel mogelijk mensen. Maar we gaan verder en verder, geen oog werpend op de tegenhanger van vrijheid: verantwoordelijkheid. We strijden voor steeds meer vrijheid, maar missen vaak de verantwoordelijkheid die meekomt met die vrijheid. We zijn vrij in onze seksualiteit, maar vergeten een beetje de verantwoordelijkheid die we hebben om het alles een plaats te geven. Het is natuurlijk waar dat we meer en meer oog beginnen krijgen voor de gevolgen van onze vrijheid: de ecologische problematiek wordt besproken en aangepakt, we zien dat we zorg moeten dragen voor de economisch minderbedeelden. Maar dit worden verantwoordelijkheden van de staat, niet van ons. We willen vrij zijn van beperkingen die onze levensstijl aanpassen. De problemen zijn zaken van de staat. Maar weet je, NEE! We zijn allemaal vrij en we zijn allemaal verantwoordelijk. Tijd dat we eens stoppen te zeggen dat we niets kunnen doen! De staat kan helpen, maar het probleem stamt evengoed van ons en misschien moeten we maar eens accepteren dat een compleet liberalisme niet zo goed voor ons is als we denken. We moeten eens nadenken over hoeveel vrijheid we nodig hebben en wanneer we teveel hebben.
Wat ga ik met mijn leven doen? De Onbewogen Beweger moge het weten. Je hebt inderdaad het idee dat je keuzes maakt en dat is ook zo. Ik heb gekozen om filosofie te gaan studeren, tegen financieel en werkzekerheidgewijs advies in. Ben ik trots op die keuze? Trots over zo'n dingen is voor mensen die zich eerst gebonden hebben gevoeld aan het advies erover. Heb ik me dan niets aangetrokken van dat advies? Natuurlijk wel, ik denk ook wel na over m'n keuzes. Maar ik stond op m'n keuze en op m'n vrijheid en heb gekozen. Sartre heeft gezegd dat als je een ethische keuze maakt, dat je ze dan met heel je zelf moet maken. Ik weet niet of dat wel zo is. Er zijn niet veel dingen waar je zowel rationeel als emotioneel in kunt opgaan. Liefde is een wonder en acht ik van nature goed, maar het is 1. zinverbijstering 2. iets waaruit we soms moeten ontsnappen en dat is vaak iets dat moet komen door een reflectie over onze emoties. De mens heeft de wonderlijke eigenschap van zijn eigen te kunnen contradicteren. Zoals we keuzes kunnen maken met ons hart en met ons verstand, kunnen we ook die keuzes aanpassen vanuit deze twee "principes". De mens geniet het voordeel van twee bronnen van gedachten te hebben, maar ze kunnen allebei even schadelijk zijn. We zitten dus al meteen in een conflict met onszelf. We zullen vaak een keuze maken vanuit één bron en dat ervaren we dan als vrijheid, maar de ander kan tegenwerken en daar zit er al een grens aan de vrijheid. Ook de tijd past onze vrijheid aan. De keuze die gemaakt wordt, wordt anders ervaren wanneer er wat tijd voorbijgegaan is. Er komt een nieuwe keuze en we gaan dus weer onszelf aanpassen. Maar...is dat wat ik moet verstaan onder vrijheid? Het herhaaldelijk kunnen kiezen vanuit een gedachtebron die misschien wordt tegengesproken door een andere? Ik kan zelfs niet iets kiezen en daar m'n leven lang voor kiezen? Je kunt het natuurlijk zien als een vrijheid om niet heel je leven hetzelfde te doen, maar...ik wil m'n leven lang lief hebben, m'n leven lang gelukkig zijn, een job vinden die ik m'n leven lang wil doen...een job vinden die ik m'n leven lang wil doen...een job vinden...Ik kan in godsnaam zelfs niet een job kiezen. Ik moet ze godverdomme nog vinden ook. Ik moet in de gemeenschap waar ik leef iets zoeken tussen alle dingen dat zij als geldwinst aanbiedt en dan moet ik maar proberen iets te vinden dat me genoeg aanstaat om me niet te laten sterven als een perfect functionerende, doodgestresseerde hersendode zak vlees. Kan ik niet m'n eigen job creëren in plaats van een invulling te moeten geven aan één van de opties die me gegeven wordt? Is dat mijn vrijheid? Het invullen van een kader? Maar misschien ga ik nu wat te ver. Ik ben heus vrij, ik mag tenslotte men job kiezen. Goed dus ik heb jobvrijheid en ik mag veranderen als het me dan toch niet aanstaat. Prachtig. M'n zin mag ik ook zelf kiezen. M'n eigen doel, m'n eigen onderhoud. Want ik moet mezelf natuurlijk onderhouden. Eten kopen, kleren hebben, warmte voorzien...ok, dus ik ben niet vrij van mijn fysiologische benodigdheden. Of van m'n hormonen anders kon m'n hart niet kiezen...maar dat zal wel het enige zijn waar ik in m'n natuur afhankelijk van ben...het naturalisme zegt van niet...het sociobiologisch determinisme zegt ook van niet...Maar ik heb controle over m'n eigen natuur. Perfectibilité volop. De rede zal me vervolmaken...de rede zal me vervolmaken...klinkt als een kille schreeuw in een leegte van wantrouwen...Hebben Schopenhauer, Freud en Nietzsche ons dan niets geleerd? Baas in eigen geestelijk huis? Tzal ni waar zijn. Vrijheid van het onbekende in de geest...wat is dat nu voor een vrijheid? Maar ik kan er tegenin gaan. Ik kan het controleren. Ik maak vrije keuzes! Ik controleer de natuur. In m'n bakstene huis, onder m'n dikke jas en met het geteelde voedsel op m'n bord. Prachtig toch die vrijheid, gebracht door de wetenschap. De wetenschap zal me vrijheid geven. Ik zal een vrij leven leiden. In een wereld die door de mens wordt bepaald...door de mens en door niets anders...waarom kan ik niet anders dan de mens zeggen? Door een soort van gemeenschapsgevoel? Door een identificering met m'n soort? Nee...dat is het niet. Het komt omdat...omdat...de mens iets anders is dan mij. Het is niet iets dat mij aanbelangt. Het is een instantie geworden die me transcendeert, die keuzes zou maken in mijn naam. Een soort nominalisme dat me wil helpen door dingen te doen die ons als mens(heid) vooruithelpen, ons vrijheid geven van de natuur. Maar dit nominalisme begint precies tegen mijn eigen wil in te gaan. Het begint mij te controleren in zijn queeste om de natuur te controleren. In de mens zijn zoektocht naar vrijheid, begin ik precies wat vrijheid kwijt te raken. Ik word gedwongen tot vrijheid. Uiteindelijk verbaast het me dat we nog zo'n geloof in de vrijheid hebben.
Wat zal ik betekenen voor de filosofie? In feite bevat deze vraag 2 delen: 1) Heb ik genoeg vernieuwend inzicht in deze wereld om iets van waarde te kunnen toevoegen aan de filosofie? 2) Zal mijn inzicht aanslaan? Er is een reden dat ik godvergeten en god vergeten zei. Godvergeten omdat, laten we eerlijk zijn, buiten de filosofie heb je niet veel kans om naam te maken als filosoof. Dan...god vergeten...zijn we god vergeten? Ik bedoel dan niet de idee 'God', want dat kennen we nog van het Christendom, het Jodendom en de Islam. Hell, we zitten vast in een monotheïstisch paradgima als je het mij vraagt. Maar zijn we niet vergeten hoe het is om te steunen op iets dat je niet vat, dat buiten je ligt, waar je niet mee kan communiceren? Zijn we vergeten wat het is om te geloven in iets dat je nooit kan zien, dat je nooit kan bevestigen? Als dat wel zo is, waar steun ik dan op? Op wat kan ik nog steunen? Iets van deze wereld...oké, ik zal steunen op de ander...op de ander...Levinas kruipt weer op...Ik ken de ander niet. Hij is iets anders, iets dat mij te buiten gaat en dat fundamenteel doet. Maar als ik niet kan steunen op een algoede god, waarom zou ik dan steunen op een onvolmaakte ander? Omdat ik met hem kan praten? Is dat het? Ik moet aannemen dat hij het goed met mij voorheeft en hem vertrouwen op zijn woord...Het geloof in iets buiten deze wereld is verdwenen en lijkt me zo meer en meer het geloof in al wat buiten mij zit weg te nemen. Dus...wat als mijn inzicht dan net een dergelijke klassieke metafysica is? Dat ik weer iets buiten ons wil zetten? Zullen mensen een herbronning vinden of zal ik godvergeten en mensvergeten ten ondergaan als één van de kleine implicietelingen? Maar misschien loop ik wat voor op mezelf. Misschien moet ik maar eerst eens mezelf vragen of ik überhaupt genoeg inzicht heb. Ja en nee. Ik ben een meester in de aforismen en de korte schetsen (iets wat een beetje typisch is voor het literair-poëtisch filosoferen. Alle schrijver-filosofen lijken dit te doen, van de Montaigne tot Nietzsche -niet dat ik me meteen met hen vergelijk-). Maar zelf een groot idee vormen? Ik denk niet dat zoiets me zal overkomen. Ik ben geen systeemdenker. Een systeem vind ik gewoon zo al te gesloten en zal altijd een aspect missen. Ik ben meer een praktisch filosoof, hoewel...Is het mogelijk om een praktisch filosoof te zijn, zonder eerst waarheid te zoeken? Een doel te geven? Als ik puur praktisch filosoof word, zal ik dan niet terugvallen in de zinloze vrijheid en ontwikkeling waar ik hierboven zo tegen ben uitgevlogen? Is het mogelijk om mensen te helpen in hun levenswandel, zonder hen een optie te geven wat de bestemming van die wandeling is? Kan ik een kaart geven zonder een stipje te zetten? En als ik geen doel kan aanduiden, wie zegt dat ik dan een stip kan zetten waarbij staat: “u bevindt zich hier”? Hier? Waar hier? Ja, op dit punt...maar euhm...bij welke lijn hoort dit punt? Dat mag ik zelf kiezen? Maar de reden dat ik een kaart vraag is omdat ik geen lijn heb, ik ken m'n route niet. Heb je geen voorstellen? Ah, je hebt geen aanraders...Welke volg jij? Je hebt er ook geen? Maar mag ik toch niet met jou mee? Ik moet m'n eigen route uitstippelen, daar hebben we voor gevochten, zeg je...Ik ben bang...
Ik hou niet van systemen, maar ze lijken haast onvermijdelijk...Misschien word ik wel een Bacon of een de Montaigne...een opstapje voor het volgende grote ding...de volgende grote vrijheid waar we achteraan lopen. We geloven allemaal in dit scepticisme, in die wisselgang van de waarheid. Er geldt een regel in de metafysica tegenwoordig: Kies je visie, kies je waarheid, kies je leugen. Ik vrees dat er tijden komen dat we hetzelfde devies dragen in de immanente wereld en ik vrees dat die tijden dichterbij zijn dan we denken.
De initiële reden van dit essay is het "simpele" concrete feit dat ik niet weet of ik filosofie moet blijven doen of dat ik drama moet proberen aan het conservatorium...
Het tegenwoordig standaardantwoord op de eerste vraag is: is er niet, heb gewoon plezier. Ik ga eerlijk zijn: dat kan ik niet. Ik kan niet zulke vrijheid aan en ik zie ook niet in hoe zo'n vrijheid kan volgehouden worden. Onze aandacht wordt steeds maar geleid door vrijheid, zoveel mogelijkheid voor zoveel mogelijk mensen. Maar we gaan verder en verder, geen oog werpend op de tegenhanger van vrijheid: verantwoordelijkheid. We strijden voor steeds meer vrijheid, maar missen vaak de verantwoordelijkheid die meekomt met die vrijheid. We zijn vrij in onze seksualiteit, maar vergeten een beetje de verantwoordelijkheid die we hebben om het alles een plaats te geven. Het is natuurlijk waar dat we meer en meer oog beginnen krijgen voor de gevolgen van onze vrijheid: de ecologische problematiek wordt besproken en aangepakt, we zien dat we zorg moeten dragen voor de economisch minderbedeelden. Maar dit worden verantwoordelijkheden van de staat, niet van ons. We willen vrij zijn van beperkingen die onze levensstijl aanpassen. De problemen zijn zaken van de staat. Maar weet je, NEE! We zijn allemaal vrij en we zijn allemaal verantwoordelijk. Tijd dat we eens stoppen te zeggen dat we niets kunnen doen! De staat kan helpen, maar het probleem stamt evengoed van ons en misschien moeten we maar eens accepteren dat een compleet liberalisme niet zo goed voor ons is als we denken. We moeten eens nadenken over hoeveel vrijheid we nodig hebben en wanneer we teveel hebben.
Wat ga ik met mijn leven doen? De Onbewogen Beweger moge het weten. Je hebt inderdaad het idee dat je keuzes maakt en dat is ook zo. Ik heb gekozen om filosofie te gaan studeren, tegen financieel en werkzekerheidgewijs advies in. Ben ik trots op die keuze? Trots over zo'n dingen is voor mensen die zich eerst gebonden hebben gevoeld aan het advies erover. Heb ik me dan niets aangetrokken van dat advies? Natuurlijk wel, ik denk ook wel na over m'n keuzes. Maar ik stond op m'n keuze en op m'n vrijheid en heb gekozen. Sartre heeft gezegd dat als je een ethische keuze maakt, dat je ze dan met heel je zelf moet maken. Ik weet niet of dat wel zo is. Er zijn niet veel dingen waar je zowel rationeel als emotioneel in kunt opgaan. Liefde is een wonder en acht ik van nature goed, maar het is 1. zinverbijstering 2. iets waaruit we soms moeten ontsnappen en dat is vaak iets dat moet komen door een reflectie over onze emoties. De mens heeft de wonderlijke eigenschap van zijn eigen te kunnen contradicteren. Zoals we keuzes kunnen maken met ons hart en met ons verstand, kunnen we ook die keuzes aanpassen vanuit deze twee "principes". De mens geniet het voordeel van twee bronnen van gedachten te hebben, maar ze kunnen allebei even schadelijk zijn. We zitten dus al meteen in een conflict met onszelf. We zullen vaak een keuze maken vanuit één bron en dat ervaren we dan als vrijheid, maar de ander kan tegenwerken en daar zit er al een grens aan de vrijheid. Ook de tijd past onze vrijheid aan. De keuze die gemaakt wordt, wordt anders ervaren wanneer er wat tijd voorbijgegaan is. Er komt een nieuwe keuze en we gaan dus weer onszelf aanpassen. Maar...is dat wat ik moet verstaan onder vrijheid? Het herhaaldelijk kunnen kiezen vanuit een gedachtebron die misschien wordt tegengesproken door een andere? Ik kan zelfs niet iets kiezen en daar m'n leven lang voor kiezen? Je kunt het natuurlijk zien als een vrijheid om niet heel je leven hetzelfde te doen, maar...ik wil m'n leven lang lief hebben, m'n leven lang gelukkig zijn, een job vinden die ik m'n leven lang wil doen...een job vinden die ik m'n leven lang wil doen...een job vinden...Ik kan in godsnaam zelfs niet een job kiezen. Ik moet ze godverdomme nog vinden ook. Ik moet in de gemeenschap waar ik leef iets zoeken tussen alle dingen dat zij als geldwinst aanbiedt en dan moet ik maar proberen iets te vinden dat me genoeg aanstaat om me niet te laten sterven als een perfect functionerende, doodgestresseerde hersendode zak vlees. Kan ik niet m'n eigen job creëren in plaats van een invulling te moeten geven aan één van de opties die me gegeven wordt? Is dat mijn vrijheid? Het invullen van een kader? Maar misschien ga ik nu wat te ver. Ik ben heus vrij, ik mag tenslotte men job kiezen. Goed dus ik heb jobvrijheid en ik mag veranderen als het me dan toch niet aanstaat. Prachtig. M'n zin mag ik ook zelf kiezen. M'n eigen doel, m'n eigen onderhoud. Want ik moet mezelf natuurlijk onderhouden. Eten kopen, kleren hebben, warmte voorzien...ok, dus ik ben niet vrij van mijn fysiologische benodigdheden. Of van m'n hormonen anders kon m'n hart niet kiezen...maar dat zal wel het enige zijn waar ik in m'n natuur afhankelijk van ben...het naturalisme zegt van niet...het sociobiologisch determinisme zegt ook van niet...Maar ik heb controle over m'n eigen natuur. Perfectibilité volop. De rede zal me vervolmaken...de rede zal me vervolmaken...klinkt als een kille schreeuw in een leegte van wantrouwen...Hebben Schopenhauer, Freud en Nietzsche ons dan niets geleerd? Baas in eigen geestelijk huis? Tzal ni waar zijn. Vrijheid van het onbekende in de geest...wat is dat nu voor een vrijheid? Maar ik kan er tegenin gaan. Ik kan het controleren. Ik maak vrije keuzes! Ik controleer de natuur. In m'n bakstene huis, onder m'n dikke jas en met het geteelde voedsel op m'n bord. Prachtig toch die vrijheid, gebracht door de wetenschap. De wetenschap zal me vrijheid geven. Ik zal een vrij leven leiden. In een wereld die door de mens wordt bepaald...door de mens en door niets anders...waarom kan ik niet anders dan de mens zeggen? Door een soort van gemeenschapsgevoel? Door een identificering met m'n soort? Nee...dat is het niet. Het komt omdat...omdat...de mens iets anders is dan mij. Het is niet iets dat mij aanbelangt. Het is een instantie geworden die me transcendeert, die keuzes zou maken in mijn naam. Een soort nominalisme dat me wil helpen door dingen te doen die ons als mens(heid) vooruithelpen, ons vrijheid geven van de natuur. Maar dit nominalisme begint precies tegen mijn eigen wil in te gaan. Het begint mij te controleren in zijn queeste om de natuur te controleren. In de mens zijn zoektocht naar vrijheid, begin ik precies wat vrijheid kwijt te raken. Ik word gedwongen tot vrijheid. Uiteindelijk verbaast het me dat we nog zo'n geloof in de vrijheid hebben.
Wat zal ik betekenen voor de filosofie? In feite bevat deze vraag 2 delen: 1) Heb ik genoeg vernieuwend inzicht in deze wereld om iets van waarde te kunnen toevoegen aan de filosofie? 2) Zal mijn inzicht aanslaan? Er is een reden dat ik godvergeten en god vergeten zei. Godvergeten omdat, laten we eerlijk zijn, buiten de filosofie heb je niet veel kans om naam te maken als filosoof. Dan...god vergeten...zijn we god vergeten? Ik bedoel dan niet de idee 'God', want dat kennen we nog van het Christendom, het Jodendom en de Islam. Hell, we zitten vast in een monotheïstisch paradgima als je het mij vraagt. Maar zijn we niet vergeten hoe het is om te steunen op iets dat je niet vat, dat buiten je ligt, waar je niet mee kan communiceren? Zijn we vergeten wat het is om te geloven in iets dat je nooit kan zien, dat je nooit kan bevestigen? Als dat wel zo is, waar steun ik dan op? Op wat kan ik nog steunen? Iets van deze wereld...oké, ik zal steunen op de ander...op de ander...Levinas kruipt weer op...Ik ken de ander niet. Hij is iets anders, iets dat mij te buiten gaat en dat fundamenteel doet. Maar als ik niet kan steunen op een algoede god, waarom zou ik dan steunen op een onvolmaakte ander? Omdat ik met hem kan praten? Is dat het? Ik moet aannemen dat hij het goed met mij voorheeft en hem vertrouwen op zijn woord...Het geloof in iets buiten deze wereld is verdwenen en lijkt me zo meer en meer het geloof in al wat buiten mij zit weg te nemen. Dus...wat als mijn inzicht dan net een dergelijke klassieke metafysica is? Dat ik weer iets buiten ons wil zetten? Zullen mensen een herbronning vinden of zal ik godvergeten en mensvergeten ten ondergaan als één van de kleine implicietelingen? Maar misschien loop ik wat voor op mezelf. Misschien moet ik maar eerst eens mezelf vragen of ik überhaupt genoeg inzicht heb. Ja en nee. Ik ben een meester in de aforismen en de korte schetsen (iets wat een beetje typisch is voor het literair-poëtisch filosoferen. Alle schrijver-filosofen lijken dit te doen, van de Montaigne tot Nietzsche -niet dat ik me meteen met hen vergelijk-). Maar zelf een groot idee vormen? Ik denk niet dat zoiets me zal overkomen. Ik ben geen systeemdenker. Een systeem vind ik gewoon zo al te gesloten en zal altijd een aspect missen. Ik ben meer een praktisch filosoof, hoewel...Is het mogelijk om een praktisch filosoof te zijn, zonder eerst waarheid te zoeken? Een doel te geven? Als ik puur praktisch filosoof word, zal ik dan niet terugvallen in de zinloze vrijheid en ontwikkeling waar ik hierboven zo tegen ben uitgevlogen? Is het mogelijk om mensen te helpen in hun levenswandel, zonder hen een optie te geven wat de bestemming van die wandeling is? Kan ik een kaart geven zonder een stipje te zetten? En als ik geen doel kan aanduiden, wie zegt dat ik dan een stip kan zetten waarbij staat: “u bevindt zich hier”? Hier? Waar hier? Ja, op dit punt...maar euhm...bij welke lijn hoort dit punt? Dat mag ik zelf kiezen? Maar de reden dat ik een kaart vraag is omdat ik geen lijn heb, ik ken m'n route niet. Heb je geen voorstellen? Ah, je hebt geen aanraders...Welke volg jij? Je hebt er ook geen? Maar mag ik toch niet met jou mee? Ik moet m'n eigen route uitstippelen, daar hebben we voor gevochten, zeg je...Ik ben bang...
Ik hou niet van systemen, maar ze lijken haast onvermijdelijk...Misschien word ik wel een Bacon of een de Montaigne...een opstapje voor het volgende grote ding...de volgende grote vrijheid waar we achteraan lopen. We geloven allemaal in dit scepticisme, in die wisselgang van de waarheid. Er geldt een regel in de metafysica tegenwoordig: Kies je visie, kies je waarheid, kies je leugen. Ik vrees dat er tijden komen dat we hetzelfde devies dragen in de immanente wereld en ik vrees dat die tijden dichterbij zijn dan we denken.
De initiële reden van dit essay is het "simpele" concrete feit dat ik niet weet of ik filosofie moet blijven doen of dat ik drama moet proberen aan het conservatorium...
zaterdag 28 mei 2011
In referentie
1 Een vrijgezel die gaat pas slapen
2 Als zijn geld op is of zijn dorst gestild
3 Een vrijgezel die gaat pas slapen
4 Als Benny hem van zijn strepen heeft gevild
5 De laatste middernachtzon als nachtlamp
6 Omdat hij bang is in het donker
7 De ratten en de vliegen zijn gevlucht met kramp
8 Want, godlief, het stonk er
9 Hij wilt zijn reddingsbootje aanlijnen
10 Maar niet zoals de vis zei, is de tijd oeverloos
11 En de vuurtoren begint te verdwijnen
12 Door de limonadeglazen vodka en Bulgaarse wijn in een doos
13 Maar sommigen zijn beter af zonder vrouw
14 Want die geven niets dan last
15 En Tom is die van hem al jaren trouw
16 Maar Frank stak zijn huis in de fik, het was een kast
17 Maar hey, Jude zei dat het niet zo erg was
18 En dat een lief wonderen doet
19 En als is ze misschien niet de mooiste van de klas
20 Je voelt je goed, zei Johan, je voelt je goed
21 Dus tijd om uit de grot te komen
22 En te zoeken naar een meisje, net en genereus
23 De leeuw heeft het nooit doen stomen
24 Maar ik heb de arbeiders van het lied nodig om haar te krijgen, dansen is geen keus
25 Nu heb ik alle hotels gezien van Chelsea tot California
26 Er lijkt geen liefde, enkel wanhoop wanneer ze dronken is
27 Bijna dromend genoeg voor Mia
28 En toch smeek ik de wereld voor iemand die ik mis
29 Hopelijk zal de engel mij ooit hebben gered
30 En steekt Alice het witte konijn terug in zijn kot
31 En zal Saramago een punt zetten in het wit van mijn gebed
32 En heb ik eindelijk eens prijs met het lot
Referenties:
r.1: Een vrijgezel die gaat pas slapen – Benny Nijmans
r.3: Een vrijgezel die gaat pas slapen – Benny Nijmans
r.4: Benny Nijmans
r.5: laatste middernachtzon -> last midnight sun -> mijn oude gedichten (deze heb ik niet
geteld)
r.9: reddingsbootje -> Titanic (dit is den halve omdat hij onduidelijk is)
r.10: de vis -> spinvis + Oevers van de tijd – Spinvis
r.12: Limonadeglazen vodka – Spinvis + Boecht van den Aldi – Clement Peerens Explosition
r.13: Maar sommigen zijn beter af zonder vrouw -> Better off without a wife – Tom Waits
r.14: Wijven niks als last – Katastroof
r.15: Tom en zijn vrouw -> Tom Waits en zijn vrouw Kathleen Brennan
r.16: Frank -> Franks Wild Years – Tom Waits + het was een kast -> Kindje van God – Spinvis
r.17: Hey, Jude – The Beatles
r.19: Mooiste van de klas – De Mens
r.20: Ik voel me goed – Johan Verminnen
r.21: Allegorie van de Grot – Plato + De grot – Gorki
r.22: Ik wil deze nacht in de straten verdwalen – Wannes van de Velde
r.23: Leeuw -> Leo -> Leonard Cohen
r.24: Arbeiders van het lied -> workers in song -> Chelsea Hotel #2 – Leonard Cohen + Dansen is
geen keus -> I'd rather dance with you – The Kings of Convenience
r.25: Chelsea Hotel #2 – Leonard Cohen + Hotel California – The Eagles (the Eagles hebben
trouwens ook Ol' 55 van Tom Waits gecovered)
r.26: Er lijkt geen liefde, enkel wanhoop wanneer ze dronken is -> There's no Devil, there's
just God when he's drunk -> Mr. Siegal – Tom Waits
r.27: Mia – Gorki
r.28: Please send me somebody to love – Barrel Grant
r.29: Engel, red mij – Gorki
r.30 Alice in Wonderland – Lewis Carrol
r.31: José Saramago + punt zetten -> Saramago gebruikt haast geen interpunctie + wit -> witte
blindheid -> Stad der Blinden – José Saramago
r.32: Prijs met het lot -> noodlot -> noodlot is een raadsel en gaat als volgt: wat kost niets
en toch altijd prijs -> Smalfilm – Spinvis
2 Als zijn geld op is of zijn dorst gestild
3 Een vrijgezel die gaat pas slapen
4 Als Benny hem van zijn strepen heeft gevild
5 De laatste middernachtzon als nachtlamp
6 Omdat hij bang is in het donker
7 De ratten en de vliegen zijn gevlucht met kramp
8 Want, godlief, het stonk er
9 Hij wilt zijn reddingsbootje aanlijnen
10 Maar niet zoals de vis zei, is de tijd oeverloos
11 En de vuurtoren begint te verdwijnen
12 Door de limonadeglazen vodka en Bulgaarse wijn in een doos
13 Maar sommigen zijn beter af zonder vrouw
14 Want die geven niets dan last
15 En Tom is die van hem al jaren trouw
16 Maar Frank stak zijn huis in de fik, het was een kast
17 Maar hey, Jude zei dat het niet zo erg was
18 En dat een lief wonderen doet
19 En als is ze misschien niet de mooiste van de klas
20 Je voelt je goed, zei Johan, je voelt je goed
21 Dus tijd om uit de grot te komen
22 En te zoeken naar een meisje, net en genereus
23 De leeuw heeft het nooit doen stomen
24 Maar ik heb de arbeiders van het lied nodig om haar te krijgen, dansen is geen keus
25 Nu heb ik alle hotels gezien van Chelsea tot California
26 Er lijkt geen liefde, enkel wanhoop wanneer ze dronken is
27 Bijna dromend genoeg voor Mia
28 En toch smeek ik de wereld voor iemand die ik mis
29 Hopelijk zal de engel mij ooit hebben gered
30 En steekt Alice het witte konijn terug in zijn kot
31 En zal Saramago een punt zetten in het wit van mijn gebed
32 En heb ik eindelijk eens prijs met het lot
Referenties:
r.1: Een vrijgezel die gaat pas slapen – Benny Nijmans
r.3: Een vrijgezel die gaat pas slapen – Benny Nijmans
r.4: Benny Nijmans
r.5: laatste middernachtzon -> last midnight sun -> mijn oude gedichten (deze heb ik niet
geteld)
r.9: reddingsbootje -> Titanic (dit is den halve omdat hij onduidelijk is)
r.10: de vis -> spinvis + Oevers van de tijd – Spinvis
r.12: Limonadeglazen vodka – Spinvis + Boecht van den Aldi – Clement Peerens Explosition
r.13: Maar sommigen zijn beter af zonder vrouw -> Better off without a wife – Tom Waits
r.14: Wijven niks als last – Katastroof
r.15: Tom en zijn vrouw -> Tom Waits en zijn vrouw Kathleen Brennan
r.16: Frank -> Franks Wild Years – Tom Waits + het was een kast -> Kindje van God – Spinvis
r.17: Hey, Jude – The Beatles
r.19: Mooiste van de klas – De Mens
r.20: Ik voel me goed – Johan Verminnen
r.21: Allegorie van de Grot – Plato + De grot – Gorki
r.22: Ik wil deze nacht in de straten verdwalen – Wannes van de Velde
r.23: Leeuw -> Leo -> Leonard Cohen
r.24: Arbeiders van het lied -> workers in song -> Chelsea Hotel #2 – Leonard Cohen + Dansen is
geen keus -> I'd rather dance with you – The Kings of Convenience
r.25: Chelsea Hotel #2 – Leonard Cohen + Hotel California – The Eagles (the Eagles hebben
trouwens ook Ol' 55 van Tom Waits gecovered)
r.26: Er lijkt geen liefde, enkel wanhoop wanneer ze dronken is -> There's no Devil, there's
just God when he's drunk -> Mr. Siegal – Tom Waits
r.27: Mia – Gorki
r.28: Please send me somebody to love – Barrel Grant
r.29: Engel, red mij – Gorki
r.30 Alice in Wonderland – Lewis Carrol
r.31: José Saramago + punt zetten -> Saramago gebruikt haast geen interpunctie + wit -> witte
blindheid -> Stad der Blinden – José Saramago
r.32: Prijs met het lot -> noodlot -> noodlot is een raadsel en gaat als volgt: wat kost niets
en toch altijd prijs -> Smalfilm – Spinvis
maandag 16 mei 2011
Picadilly Notebook Entry #13
16/05/2011 Dronkenmansdichten
Het is al een tijd geleden dat ik nog eens eentje als dit heb geschreven. Het komt doordat ik terug in een biografie over Tom Waits ben beginnen lezen. Doet me eraan denken dat het niet uitmaakt waar je een melancholicus zet en met wie je hem laat rondhangen, zijn essentie als blauw-gezopen bard blijft bestaan. Ze komt erdoor als de ex van de bluebird die Bukowsky verdrinkt en oprookt, de ex die het minder goed heeft opgepakt en hopeloos tracht de serveerster te versieren in een bar waar zelfs de barvliegen al aan het papier zijn geplakt in de hoop dat hoger ook dichter bij dromen betekent. Het is een dronkenmansdicht (eveneens een zelfgekozen naam). De opbouw is simpel: 4 kwatrijnen en gekruist rijm. Ritme is niet nodig. Het onderwerp valt te kiezen uit alle dromen die kapot zijn gegaan: familieproblemen, verloren liefde en de grote vlucht die halverwege werd gestopt door een kreupel worden door onbezonnenheid en het blindstaren op de zon en de maan die de grote leegte erachter verbergen. Deze dronkenmansdichten hebben heel lang heel mijn dichtbundel 'Songs for lost lovers and midnight strangers' uitgemaakt. Ze waren de woorden van de melancholicus die misschien reeds bestond als kind, maar vrij spel kreeg bij het verwerken van de herstellens- en lijdensweg van mijn broer. Hij heeft zich ontwikkelt tot een automatisch aanvoelen van het moment waarop geluk in pijn verglijdt, zoals de wielen van de nachtbus over de vergoten straten tegen het kruisend verkeer. Ik vraag mij af of en hoe mijn dronkenmansdichten van stijl en inhoud is veranderd.
Blind like Saramago
Where do you want it?
On the shelf in your bedroom
At the end of the line, where it can sit
With the rest of the ones you lead to their doom?
How do you want it?
Busted, bruised, black & blue
Or in a birthday suit that won't even fit?
You brought down my hands so you might as well tell me what to do
You're the temptress of the numb
The queen of the rebels
You seperate the wise from the dumb
And swith around their hulls
Blind like Saramago
I walk into your arms
And foolish like Romeo
I learn that love always harms
Ik weet niet of ik tevreden moet zijn. Ik stuit weer op hetzelfde probleem dat ik enkele jaren geleden ontdekte: de laatste vers komt te snel. Inhouds- en vocabulairegewijs weet ik ook niet hoe het te beoordelen. Misschien dat ik over tijd haar waarde kan schatten.
Het is al een tijd geleden dat ik nog eens eentje als dit heb geschreven. Het komt doordat ik terug in een biografie over Tom Waits ben beginnen lezen. Doet me eraan denken dat het niet uitmaakt waar je een melancholicus zet en met wie je hem laat rondhangen, zijn essentie als blauw-gezopen bard blijft bestaan. Ze komt erdoor als de ex van de bluebird die Bukowsky verdrinkt en oprookt, de ex die het minder goed heeft opgepakt en hopeloos tracht de serveerster te versieren in een bar waar zelfs de barvliegen al aan het papier zijn geplakt in de hoop dat hoger ook dichter bij dromen betekent. Het is een dronkenmansdicht (eveneens een zelfgekozen naam). De opbouw is simpel: 4 kwatrijnen en gekruist rijm. Ritme is niet nodig. Het onderwerp valt te kiezen uit alle dromen die kapot zijn gegaan: familieproblemen, verloren liefde en de grote vlucht die halverwege werd gestopt door een kreupel worden door onbezonnenheid en het blindstaren op de zon en de maan die de grote leegte erachter verbergen. Deze dronkenmansdichten hebben heel lang heel mijn dichtbundel 'Songs for lost lovers and midnight strangers' uitgemaakt. Ze waren de woorden van de melancholicus die misschien reeds bestond als kind, maar vrij spel kreeg bij het verwerken van de herstellens- en lijdensweg van mijn broer. Hij heeft zich ontwikkelt tot een automatisch aanvoelen van het moment waarop geluk in pijn verglijdt, zoals de wielen van de nachtbus over de vergoten straten tegen het kruisend verkeer. Ik vraag mij af of en hoe mijn dronkenmansdichten van stijl en inhoud is veranderd.
Blind like Saramago
Where do you want it?
On the shelf in your bedroom
At the end of the line, where it can sit
With the rest of the ones you lead to their doom?
How do you want it?
Busted, bruised, black & blue
Or in a birthday suit that won't even fit?
You brought down my hands so you might as well tell me what to do
You're the temptress of the numb
The queen of the rebels
You seperate the wise from the dumb
And swith around their hulls
Blind like Saramago
I walk into your arms
And foolish like Romeo
I learn that love always harms
Ik weet niet of ik tevreden moet zijn. Ik stuit weer op hetzelfde probleem dat ik enkele jaren geleden ontdekte: de laatste vers komt te snel. Inhouds- en vocabulairegewijs weet ik ook niet hoe het te beoordelen. Misschien dat ik over tijd haar waarde kan schatten.
dinsdag 10 mei 2011
Sonnet voor Charles
De jaren zijn niet voorbijgevlogen,
Ondanks al het leven en het plezier,
En het maakt niet uit hoeveel verjaardagen ik vier
Het geluk blijft buiten mijn vermogen.
En dat vermogen is geslonken,
Tot bridgen, breien en beeldbuis kijken
Terwijl de grond alsmaar wordt gevuld met lijken
En mijn geest meer en meer in gedachten raakt verzonken.
Het gras en de bloemen staan je steen goed.
Ze brengen iets nieuws aan je ondergang.
Iets wat m'n versleten geheugen nooit doet.
Maar Charles, ik ben niet meer bang.
Dit wordt mijn laatste groet.
Morgen gebeurt naar wat ik al elke dag verlang.
Ondanks al het leven en het plezier,
En het maakt niet uit hoeveel verjaardagen ik vier
Het geluk blijft buiten mijn vermogen.
En dat vermogen is geslonken,
Tot bridgen, breien en beeldbuis kijken
Terwijl de grond alsmaar wordt gevuld met lijken
En mijn geest meer en meer in gedachten raakt verzonken.
Het gras en de bloemen staan je steen goed.
Ze brengen iets nieuws aan je ondergang.
Iets wat m'n versleten geheugen nooit doet.
Maar Charles, ik ben niet meer bang.
Dit wordt mijn laatste groet.
Morgen gebeurt naar wat ik al elke dag verlang.
woensdag 4 mei 2011
Muziek <=> Woordkunst
Muziek en woordkunst (literatuur, poëzie, proza, liedjesteksten -ja, ik maak onderscheid-) zijn in mijn ogen al heel lang in competitie met elkaar. Wat ik hier ga proberen is een uiteenzetting te maken van de liefde-haat relatie tussen muziek en tekst, of althans zoals ik die ervaar. Nu, om onderscheid te maken en een tegenstellende relatie te bespreken. De tegenstelling ligt niet enkel op het niveau van de creatie, maar ook op het niveau van het effect.
Het verschil in creatie is vrij evident. De werktuigen (het woord instrumenten ga ik hier vermijden om geen verwarring te zaaien) zijn radicaal verschillend. Natuurlijk gebruikt een componist ook pen en papier om zijn muziek neer te schrijven, maar de grote vraag is dan of dit nog gezien kan worden als muziek.
Ik vrees dat ik het geen muziek zal kunnen noemen. Gelijk dat de blauwdruk van een gebouw geen gebouw is, is de verzameling noten op de notenbalk geen muziek. Ze zijn de richtlijnen ervoor. Het is pas wanneer de noten op een muziekinstrument worden gespeeld dat muziek gespeeld/gemaakt wordt.
We zien dus een fundamenteel verschil in de creatie van beide kunstvormen. Waar woordkunst zowel geschreven als uitgesproken de kunst op zich is, is enkel het uitvoeren van (vooraf gecomponeerde) muziekstukken de echte muzikale kunst.
Het verschil in effect is veel subtieler. Muziek is qua onmiddellijkheid de sterkste van de twee kunstvormen. Muziek kan in enkele noten de hele menselijke gesteldheid beïnvloeden. Door haar kan de luisteraar in luttele seconden overmeesterd worden door een sfeer, een gemoed. De reden dat ik hier sfeer gebruik en niet emotie/gevoel/sentiment hangt samen met de zwakte en de sterkte van muziek. Muziek mist definitie. De illustere emotie ontsnapt de pure (niet door andere media geaccompagneerde) muziek. Een muziekstuk kan een sfeer van blijdschap of verdriet oproepen, maar geen context of duiding.
Dat is het punt waar muziek voor mij onderdoet aan het woord, maar dat gebrek aan duiding is eveneens de kracht van muziek. Een sfeer concretiseren kost tijd. Duiden en definiëren kost eveneens tijd. Doordat muziek die taak niet op zich neemt, krijgt zij de kans heel snel te werk gaan en in luttele seconden te overmeesteren.
Maar woorden kunnen toch ook snel invloed hebben? De semantiek lijkt van dezelfde aard als de atmosfeer van een muziekstuk. Het grote verschil is dat woorden naar een concretere, hoewel nog steeds algemene, situatie of aard van emotie verwijzen, die ons dan leiden naar herinneringen en vooruitzichten die ons dierbaar of ongemakkelijk zijn. Dit verder leiden komt pas tot stand wanneer een minimum aan concretisering is bereikt. Dit verder leiden brengt ons dan uiteindelijk naar de ware definitie, zij het in een autonome situatieschets of een situatie die ons wordt voorgezet.
Nu misschien even tijd om verder over woordkunst uit te weiden. Dus waar muziek het voordeel van de snelheid had, heeft het woord het nadeel van de nood aan tijd. Een scène schetsen met puur omschrijvingen kost meer dan enkele seconden. Lezen op zich is een langzamere activiteit en de omschrijvingen dwingen ons haast de situatie in zijn concreetheid voor te stellen, terwijl we de semantiek van de gekozen woorden trachten te respecteren. Woorden komen van nature koeler over dan de noten van een piano of de akkoorden van een gitaar. Het inleven wordt zo dus bemoeilijkt. Maar datgene waar woorden altijd het finale middel voor zijn, is het duiden van situaties, relaties en emoties. Een beeld zegt meer dan duizend woorden, maar woorden kunnen het beeld een plaats geven in het universum-verhaal, dat vervuld is met contingentie en verteld met een bergketen aan abstracte ideeën waarnaar slechts via kleine onderdelen kan gerefereerd worden, bijvoorbeeld aan de hand van affectie.
Woordkunst wordt niet gelimiteerd door tijd of ruimte (muziek evenmin). Het enige dat het woord bindt, is het woord. De haast eindeloze facetten die taal mogelijk maken (letters, woorden, semantiek, grammatica, spelling, tijd,...) vormen elke act van woordkunst. Zij zijn de transcendentale blauwdruk van het literair-poëtische gebeuren. Deze verwoording heeft me een vorige uitspraak van me in twijfel doen trekken: Is een partituur muziek? De eigenlijke meer dwingende vraag die ik moet stellen, is: moet muziek auditief zijn? Na een kort onderhoud met een paar muzikanten en muziekliefhebbers, lijkt mijn initiële stelling correct. Muziek moet auditief zijn, anders is het geen muziek (nutteloos intermezzo -gezongen door een engelenkoor-).
Nu ik de sleuteleigenschappen van beide kunstvormen heb besproken, zal ik de liefde-haatrelatie bespreken. Dit ga ik doen aan de hand van 2 punten waar zij elkaar ontmoeten en in een vreemde manier met elkaar interageren:
1) Gezang: Dit is de schemerzone bij uitstek (tenzij het over woordeloos gezang gaat). Woordkunst en muziek smelten hier samen en toch vormen ze geen homogene kunstmassa, net door hun tegengestelde eigenschappen. Het muzikale element vinden we in het brengen van de tekst, dat sterk verschilt van het gewone declameren of zelfs theatraal brengen van een monoloog/dialoog. Het muzikale is datgene dat evengoed geneuried kan worden. Het woordkunst-gedeelte zit logischerwijs in de woorden. Het is dat wat evengoed gefluisterd of geroepen kan worden. Nu allemaal goed en wel, maar veel geschemer lijkt er hier niet te zijn. Er is een duidelijke scheiding en zijn zelfs autonoom te bespreken. Waar is dan mijn vreemde interactie? Waar anders dan in de ervaring. Het is vrij moeilijk te duiden bij wat een gezang in zijn geheel hoort, omdat zang en tekst op elkaar raken afgestemd. Teksten worden ritmisch en de melodie probeert een sfeer te creëren die aansluit op de inhoud of de context (als men ironisch wilt zijn) van de tekst. Ze fuseren op een zekere manier, waardoor we de tekst zien als onderdeel of de zang als de manier waarop de tekst gebracht moet worden, maar dit samentrekken van de ervaringen van beide kunstvormen doet onrecht aan beide vormen. Ik wil hiermee niet zeggen dat ze gescheiden moeten blijven, dat zang en tekst niet mogen gecombineerd worden of dat we het geheel niet mogen appreciëren, maar we moeten rechtvaardig zijn in de kwaliteiten die we gebruiken in ons oordelen en ook over wat we oordelen. We kunnen ons niet uitlaten over tekst die we niet kunnen begrijpen. Daar kunnen we hoogstens oordelen over het gebruik van ritme en rijm. Net zoals we niet mogen zeggen dat de zong goed geschreven of diepzinnig was.
2) Muzikaal-tekstuele disharmonie: muzikaal-tekstuele disharmonie ontstaat wanneer de aard van de sfeer die de muziek oproept sterk of zelfs radicaal verschilt met de emotie en de inhoud van de tekst. Dit kan opzettelijk worden gedaan door de muzikant (een vaak voorkomend gebruik bij komische muziek) of doordat de tekst niet correct begrepen wordt (wat we zien bij de uitvoering van best veel nummers, bvb.: Hallelujah – Jeff Buckley -als ik nog een keer iemand dit zeemzoet hoor brengen, ...-). Het opvallende is dat bij dit laatste het altijd de tekst is die het onderspit moet delven (ik kan die uitdrukking nooit meer gebruiken zonder een fragment van Urbanus door mijn hoofd te zien flitsen). Hier zien we het snelheid-definitieconflict. Muziek heeft door haar directe impact en invloed op ons, het woord al grotendeels de kans ontnomen ons te bereiken en de diepere of waarlijke inhoud van het lied over te brengen, iets dat leidt tot een ondoordacht nazingen, nascanderen en citeren van de tekst waarbij de inhoud verloren gaat en we hervallen in een groep hopelijk muzikaal capabele papegaaien. Het is vak zo dat naar mate dat we het lied meer horen de muziek haar greep op ons wat verliest en we ook aandacht vestigen op de tekst (als we het lied tegen dan al niet gewoon wordt afgezet).
Ik hoop dat aan de hand van deze twee situaties duidelijk is hoe ik de relatie tussen muziek en woordkunst ervaar. Het is me opgevallen dat ik vooral nadruk heb gelegd op het conflictueuze gedeelte van hun relatie. Ik hoop dat dit geen afbreuk doet aan de evidente versterking en schoonheid de twee kunnen voortbrengen, die van een andere aard is dan die van de kunstvormen apart en op zekere niet met hen te vergelijken valt.
Het verschil in creatie is vrij evident. De werktuigen (het woord instrumenten ga ik hier vermijden om geen verwarring te zaaien) zijn radicaal verschillend. Natuurlijk gebruikt een componist ook pen en papier om zijn muziek neer te schrijven, maar de grote vraag is dan of dit nog gezien kan worden als muziek.
Ik vrees dat ik het geen muziek zal kunnen noemen. Gelijk dat de blauwdruk van een gebouw geen gebouw is, is de verzameling noten op de notenbalk geen muziek. Ze zijn de richtlijnen ervoor. Het is pas wanneer de noten op een muziekinstrument worden gespeeld dat muziek gespeeld/gemaakt wordt.
We zien dus een fundamenteel verschil in de creatie van beide kunstvormen. Waar woordkunst zowel geschreven als uitgesproken de kunst op zich is, is enkel het uitvoeren van (vooraf gecomponeerde) muziekstukken de echte muzikale kunst.
Het verschil in effect is veel subtieler. Muziek is qua onmiddellijkheid de sterkste van de twee kunstvormen. Muziek kan in enkele noten de hele menselijke gesteldheid beïnvloeden. Door haar kan de luisteraar in luttele seconden overmeesterd worden door een sfeer, een gemoed. De reden dat ik hier sfeer gebruik en niet emotie/gevoel/sentiment hangt samen met de zwakte en de sterkte van muziek. Muziek mist definitie. De illustere emotie ontsnapt de pure (niet door andere media geaccompagneerde) muziek. Een muziekstuk kan een sfeer van blijdschap of verdriet oproepen, maar geen context of duiding.
Dat is het punt waar muziek voor mij onderdoet aan het woord, maar dat gebrek aan duiding is eveneens de kracht van muziek. Een sfeer concretiseren kost tijd. Duiden en definiëren kost eveneens tijd. Doordat muziek die taak niet op zich neemt, krijgt zij de kans heel snel te werk gaan en in luttele seconden te overmeesteren.
Maar woorden kunnen toch ook snel invloed hebben? De semantiek lijkt van dezelfde aard als de atmosfeer van een muziekstuk. Het grote verschil is dat woorden naar een concretere, hoewel nog steeds algemene, situatie of aard van emotie verwijzen, die ons dan leiden naar herinneringen en vooruitzichten die ons dierbaar of ongemakkelijk zijn. Dit verder leiden komt pas tot stand wanneer een minimum aan concretisering is bereikt. Dit verder leiden brengt ons dan uiteindelijk naar de ware definitie, zij het in een autonome situatieschets of een situatie die ons wordt voorgezet.
Nu misschien even tijd om verder over woordkunst uit te weiden. Dus waar muziek het voordeel van de snelheid had, heeft het woord het nadeel van de nood aan tijd. Een scène schetsen met puur omschrijvingen kost meer dan enkele seconden. Lezen op zich is een langzamere activiteit en de omschrijvingen dwingen ons haast de situatie in zijn concreetheid voor te stellen, terwijl we de semantiek van de gekozen woorden trachten te respecteren. Woorden komen van nature koeler over dan de noten van een piano of de akkoorden van een gitaar. Het inleven wordt zo dus bemoeilijkt. Maar datgene waar woorden altijd het finale middel voor zijn, is het duiden van situaties, relaties en emoties. Een beeld zegt meer dan duizend woorden, maar woorden kunnen het beeld een plaats geven in het universum-verhaal, dat vervuld is met contingentie en verteld met een bergketen aan abstracte ideeën waarnaar slechts via kleine onderdelen kan gerefereerd worden, bijvoorbeeld aan de hand van affectie.
Woordkunst wordt niet gelimiteerd door tijd of ruimte (muziek evenmin). Het enige dat het woord bindt, is het woord. De haast eindeloze facetten die taal mogelijk maken (letters, woorden, semantiek, grammatica, spelling, tijd,...) vormen elke act van woordkunst. Zij zijn de transcendentale blauwdruk van het literair-poëtische gebeuren. Deze verwoording heeft me een vorige uitspraak van me in twijfel doen trekken: Is een partituur muziek? De eigenlijke meer dwingende vraag die ik moet stellen, is: moet muziek auditief zijn? Na een kort onderhoud met een paar muzikanten en muziekliefhebbers, lijkt mijn initiële stelling correct. Muziek moet auditief zijn, anders is het geen muziek (nutteloos intermezzo -gezongen door een engelenkoor-).
Nu ik de sleuteleigenschappen van beide kunstvormen heb besproken, zal ik de liefde-haatrelatie bespreken. Dit ga ik doen aan de hand van 2 punten waar zij elkaar ontmoeten en in een vreemde manier met elkaar interageren:
1) Gezang: Dit is de schemerzone bij uitstek (tenzij het over woordeloos gezang gaat). Woordkunst en muziek smelten hier samen en toch vormen ze geen homogene kunstmassa, net door hun tegengestelde eigenschappen. Het muzikale element vinden we in het brengen van de tekst, dat sterk verschilt van het gewone declameren of zelfs theatraal brengen van een monoloog/dialoog. Het muzikale is datgene dat evengoed geneuried kan worden. Het woordkunst-gedeelte zit logischerwijs in de woorden. Het is dat wat evengoed gefluisterd of geroepen kan worden. Nu allemaal goed en wel, maar veel geschemer lijkt er hier niet te zijn. Er is een duidelijke scheiding en zijn zelfs autonoom te bespreken. Waar is dan mijn vreemde interactie? Waar anders dan in de ervaring. Het is vrij moeilijk te duiden bij wat een gezang in zijn geheel hoort, omdat zang en tekst op elkaar raken afgestemd. Teksten worden ritmisch en de melodie probeert een sfeer te creëren die aansluit op de inhoud of de context (als men ironisch wilt zijn) van de tekst. Ze fuseren op een zekere manier, waardoor we de tekst zien als onderdeel of de zang als de manier waarop de tekst gebracht moet worden, maar dit samentrekken van de ervaringen van beide kunstvormen doet onrecht aan beide vormen. Ik wil hiermee niet zeggen dat ze gescheiden moeten blijven, dat zang en tekst niet mogen gecombineerd worden of dat we het geheel niet mogen appreciëren, maar we moeten rechtvaardig zijn in de kwaliteiten die we gebruiken in ons oordelen en ook over wat we oordelen. We kunnen ons niet uitlaten over tekst die we niet kunnen begrijpen. Daar kunnen we hoogstens oordelen over het gebruik van ritme en rijm. Net zoals we niet mogen zeggen dat de zong goed geschreven of diepzinnig was.
2) Muzikaal-tekstuele disharmonie: muzikaal-tekstuele disharmonie ontstaat wanneer de aard van de sfeer die de muziek oproept sterk of zelfs radicaal verschilt met de emotie en de inhoud van de tekst. Dit kan opzettelijk worden gedaan door de muzikant (een vaak voorkomend gebruik bij komische muziek) of doordat de tekst niet correct begrepen wordt (wat we zien bij de uitvoering van best veel nummers, bvb.: Hallelujah – Jeff Buckley -als ik nog een keer iemand dit zeemzoet hoor brengen, ...-). Het opvallende is dat bij dit laatste het altijd de tekst is die het onderspit moet delven (ik kan die uitdrukking nooit meer gebruiken zonder een fragment van Urbanus door mijn hoofd te zien flitsen). Hier zien we het snelheid-definitieconflict. Muziek heeft door haar directe impact en invloed op ons, het woord al grotendeels de kans ontnomen ons te bereiken en de diepere of waarlijke inhoud van het lied over te brengen, iets dat leidt tot een ondoordacht nazingen, nascanderen en citeren van de tekst waarbij de inhoud verloren gaat en we hervallen in een groep hopelijk muzikaal capabele papegaaien. Het is vak zo dat naar mate dat we het lied meer horen de muziek haar greep op ons wat verliest en we ook aandacht vestigen op de tekst (als we het lied tegen dan al niet gewoon wordt afgezet).
Ik hoop dat aan de hand van deze twee situaties duidelijk is hoe ik de relatie tussen muziek en woordkunst ervaar. Het is me opgevallen dat ik vooral nadruk heb gelegd op het conflictueuze gedeelte van hun relatie. Ik hoop dat dit geen afbreuk doet aan de evidente versterking en schoonheid de twee kunnen voortbrengen, die van een andere aard is dan die van de kunstvormen apart en op zekere niet met hen te vergelijken valt.
vrijdag 29 april 2011
Directe poëzie
Eerste deel van het rijmschema
Een vergelijking die op niets slaat
Tweede deel van mijn rijmschema
Een nietszeggende metafoor
Een langzaam begin
Van een tergend traag verhaal
Dat vertelt over iets dat is gebeurt
Waar ik helemaal van onderste boven ben
Iets dat mijn bestaansinvulling heeft verandert
Iets dat schijnbaar alles heeft beïnvloed
Waardoor ik nu twijfels heb
maar wel gelukkig ben
Woorden, woorden, woorden,
Die stuk voor stuk
Iets zeggen over jou
En over hoe ik je ervaar.
Standaarvergelijking
Standaardflemerij
Vereist grapje
Vereist corrigeren van verkeerde indruk met compliment
Dat is zowat wat hier zou staan
Moest ik mezelf overgeven aan woorden
Die ik toch nooit helemaal begrijp
En ze zo verkracht.
Mensen houden zich te veel bezig
Met uitdrukkingen die ze niet vatten
Of vergelijkingen die geen relatie houden
En dat allemaal om iets te zeggen.
Ze komen allemaal terug
Bij 4 woorden
Die ze zelf nog niet helemaal vertrouwen
In het hanteren ervan.
Maar daar wil ik nu allemaal van af
Want direct zijn heeft een schoonheid
Die niet meteen kan evenaart worden.
Dus hier volgt hij dan maar.
Ik zie u graag!
Een vergelijking die op niets slaat
Tweede deel van mijn rijmschema
Een nietszeggende metafoor
Een langzaam begin
Van een tergend traag verhaal
Dat vertelt over iets dat is gebeurt
Waar ik helemaal van onderste boven ben
Iets dat mijn bestaansinvulling heeft verandert
Iets dat schijnbaar alles heeft beïnvloed
Waardoor ik nu twijfels heb
maar wel gelukkig ben
Woorden, woorden, woorden,
Die stuk voor stuk
Iets zeggen over jou
En over hoe ik je ervaar.
Standaarvergelijking
Standaardflemerij
Vereist grapje
Vereist corrigeren van verkeerde indruk met compliment
Dat is zowat wat hier zou staan
Moest ik mezelf overgeven aan woorden
Die ik toch nooit helemaal begrijp
En ze zo verkracht.
Mensen houden zich te veel bezig
Met uitdrukkingen die ze niet vatten
Of vergelijkingen die geen relatie houden
En dat allemaal om iets te zeggen.
Ze komen allemaal terug
Bij 4 woorden
Die ze zelf nog niet helemaal vertrouwen
In het hanteren ervan.
Maar daar wil ik nu allemaal van af
Want direct zijn heeft een schoonheid
Die niet meteen kan evenaart worden.
Dus hier volgt hij dan maar.
Ik zie u graag!
Abonneren op:
Posts (Atom)